Hadith an-Nawawi 25
Een aantal mensen van de metgezellen van de Boodschapper van Allah zeiden tegen de Profeet (vrede zij met hem): “O Boodschapper van Allah (vrede zij met hem), de vermogende mensen zijn er met de beloningen vandoor gegaan. Zij bidden zoals wij bidden, zij vasten zoals wij vasten en geven liefdadigheid uit van hun overtollige bezit.” Hij (de Profeet vrede zij met hem) zei: “Heeft Allah jullie niet in staat gesteld liefdadigheid te geven? Waarlijk, elke Tasbiehah is liefdadigheid. Elke Takbierah is liefdadigheid. Elke Tahmiedah is liefdadigheid. Elke Tahlielah is liefdadigheid. Het aansporen tot het goede is liefdadigheid. Het weerhouden van het verwerpelijke is liefdadigheid. En de geslachtsdaad van eenieder van jullie (in een huwelijk) is liefdadigheid.”
Zij vroegen: “O Boodschapper van Allah (vrede zij met hem), iemand van ons bevredigt zijn seksuele begeerten en nog komt hem daarvoor beloning toe?” Hij zei: “Wat denken jullie als hij het op verboden wijze zou hebben gedaan: zou hem dan geen bestraffing toekomen? Zo ook komt hem een beloning toe als hij het op de toegestane wijze doet.”
Gezegd door: Aboe Dharr (radiAllahoe ‘anhu)
- Collectie
- 40 Hadith Nawawi, nummer 25
- Bron
- Hadith an-Nawawi nummer 25, Sahieh Muslim