Al-Ikhlaas en de twee soerahs van toevlucht in de ochtend en de avond
‘Abdoellah ibn Khoebayb (moge Allah tevreden met hem zijn) zei:
“Wij gingen op een regenachtige en zeer donkere nacht naar buiten om de Boodschapper van Allah ﷺ te zoeken, zodat hij voor ons het gebed zou leiden. Toen wij hem vonden, zei hij: ‘Hebben jullie gebeden?’ Ik zei niets. Hij zei: ‘Zeg!’ Ik zei niets. Weer zei hij: ‘Zeg!’ Ik zei niets. Toen zei hij: ‘Zeg!’ Ik vroeg: ‘O Boodschapper van Allah, wat moet ik zeggen?’ Hij zei:
قُلْ هُوَ اللَّهُ أَحَدٌ وَالْمُعَوِّذَتَيْنِ حِينَ تُمْسِي وَحِينَ تُصْبِحُ ثَلاَثَ مَرَّاتٍ تَكْفِيكَ مِنْ كُلِّ شَىْءٍ
‘(Reciteer) Qoel hoewa Allaahoe ahad en de twee soerahs van toevlucht (al-Falaq en an-Naas) wanneer je de avond ingaat en wanneer je de ochtend ingaat, driemaal. Dat is voor jou voldoende tegen alles.’”
Deze hadieth staat in Sahieh Soenan Abie Daawoed 5082.