De straf voor wie geen zakaah betaalt
Aboe Hoerayrah (moge Allah tevreden met hem zijn) zei:
“De Boodschapper van Allah ﷺ zei:
مَنْ آتَاهُ اللَّهُ مَالاً، فَلَمْ يُؤَدِّ زَكَاتَهُ مُثِّلَ لَهُ يَوْمَ الْقِيَامَةِ شُجَاعًا أَقْرَعَ، لَهُ زَبِيبَتَانِ، يُطَوَّقُهُ يَوْمَ الْقِيَامَةِ، ثُمَّ يَأْخُذُ بِلِهْزِمَتَيْهِ ـ يَعْنِي شِدْقَيْهِ ـ ثُمَّ يَقُولُ أَنَا مَالُكَ، أَنَا كَنْزُكَ
Wie Allah bezit heeft gegeven en hij betaalt de zakaah daarvan niet, voor hem wordt (zijn bezit) op de Dag der Opstanding uitgebeeld als een kale slang met twee zwarte vlekken, die op de Dag der Opstanding als een halsband om hem heen wordt gelegd. Daarna grijpt hij (de slang) hem bij zijn beide kaken (dat wil zeggen: zijn mondhoeken) en zegt: Ik ben jouw bezit, ik ben jouw schat.”
Daarna reciteerde hij (het vers): “En laten degenen die gierig zijn niet denken …” (Qur’an 3:180).
Deze hadieth staat in Sahieh al-Boekharie 1403.