Gunsten van Allah naar de Profeet
Gunsten van Allah aan de Profeet (vrede zij met hem)
“Salman al-Farisi ging de Boodschapper van Allah (vrede zij met hem) opzoeken toen hij in Medina aankwam, om hem een bord te brengen dat voorzien was van rijpe dadels. Hij plaatste ze voor de Profeet (vrede zij met hem) en hij zei: ‘O Salman, wat is dat?’ Salman zei: ‘Een aalmoes voor jou en jouw metgezellen.’ Hij berispte hem toen en zei: ‘Neem het weg, want wij eten niet van een aalmoes.’ Hij nam het weg en kwam de volgende dag opnieuw met dat bord; hij plaatste het voor de Profeet (vrede zij met hem) en die vroeg weer: ‘Wat is dat, o Salman?’ Hij antwoordde: ‘Een geschenk voor jou.’
De Boodschapper van Allah (vrede zij met hem) zei tegen de metgezellen: ‘Kom eten.’ Vervolgens bekeek hij het zegel op de rug van de Profeet en geloofde in hem. Hij behoorde tot de joden, maar de Profeet (vrede zij met hem) kocht hem vrij voor een bedrag; hij moest ook palmbomen planten en Salman moest werken totdat deze vruchten gaven. De Profeet (vrede zij met hem) plantte de palmbomen, met uitzondering van één die door ‘Omar geplant werd. De palmbomen gaven hetzelfde jaar vruchten, behalve die van ‘Omar. De Profeet (vrede zij met hem) vroeg: ‘Wat scheelt er met deze palmboom?’ ‘Omar antwoordde: ‘O Boodschapper van Allah, ik ben degene die hem heeft geplant.’ De Boodschapper van Allah trok hem eruit en herplantte hem, en hij gaf nog datzelfde jaar vruchten.”
Gezegd door: Burayda (radhiAllahu ‘anhu)
- Bron
- Ahmed, Ibn Hibban & al-Hakim