Hadith Qudsi 12

Alle collecties en onderwerpen 42

De Boodschapper van Allah (vrede zij met hem) zei: “Een man van degenen die voor jullie waren, moest rekenschap afleggen. Er werd niets goeds bij hem gevonden behalve dat hij gewend was om met de mensen om te gaan, en aangezien hij in goede doen verkeerde, gaf hij zijn bedienden het bevel om de man die in moeilijke omstandigheden verkeerde, vrijstelling (van het betalen van zijn schulden) te verlenen.” Hij zei: “Dat Allah zei: ‘Wij maken daar meer aanspraak op dan jij. Laat hem gaan.’”

Gezegd door: Aboe Mas’oed al-Ansari (radiAllahoe ‘anhu)

Collectie
40 Hadith Qudsi, nummer 12
Bron
Hadith Qudsi nummer 12, Sahieh Al Boekharie, Sahieh Muslim & an-Nasaa’i