Hadith Qudsi 38

Ik hoorde de Boodschapper van Allah (vrede zij met hem) zeggen: “Toen Allah het paradijs en het hellevuur geschapen had, stuurde Hij Djibriel naar het paradijs en zei: ‘Kijk ernaar en kijk wat Ik daarin voor zijn bewoners heb voorbereid!’” Hij zei: “Hij kwam er dus naartoe en keek ernaar en naar wat Allah voor de bewoners had voorbereid.” Hij zei: “Hij keerde terug tot Hem en zei: ‘Bij Uw glorie, niemand hoort ervan zonder er binnen te treden.’ Derhalve beval Hij dat het met allerlei soorten moeilijkheden omringd moest worden en Hij zei: ‘Keer ernaar terug en kijk naar wat Ik er voor de bewoners in voorbereid heb.’” Hij zei: “Hij keerde zodoende terug naar Hem en zei: ‘Bij al Uw glorie, ik ben bang dat er niemand naar binnen zal gaan.’ Hij zei: ‘Ga naar het hellevuur en kijk ernaar en naar wat Ik voor zijn bewoners erin heb voorbereid.’ En hij ontdekte dat het lagen boven elkaar waren. Toen kwam hij bij Hem terug en zei: ‘Bij Uw glorie, niemand die hierover hoort, zal er binnen willen treden.’ Derhalve beval Hij dat het omringd met lust moest zijn. Toen zei Hij: ‘Ga ernaar terug.’ En hij ging ernaar terug en zei: ‘Bij Uw glorie, ik ben bang dat niemand aan de binnenkomst erin zal ontsnappen.’”

Gezegd door: Aboe Hoerayrah (radiAllahoe ‘anhu)

Bron Hadith Qudsi nummer 38, at-Tirmidhi, Aboe Dawoed & an-Nasaa’i