Hadith Qudsi 6

Alle collecties en onderwerpen 42

De Boodschapper van Allah zei: “Allah heeft gezegd: ‘De eerste onder de mensen tegen wie het oordeel wordt uitgesproken op de Dag der Opstanding zal een man zijn, die als martelaar gestorven is. Hij zal voor God geleid worden en God zal Zijn gunsten aan hem bekendmaken en hij zal ze erkennen.’ Allah zal dan zeggen: “En wat heb je ermee gedaan?” Hij zal dan zeggen: “Ik heb voor U gevochten tot ik als martelaar stierf.” Allah zal dan zeggen: “Je hebt gelogen, je vocht slechts zodat er (van jou) gezegd zou worden: Hij is moedig.”
En zo werd het gezegd. Dan zal er bevolen worden dat hij op zijn gezicht voortgesleurd wordt, tot hij in de hel geworpen wordt. Dan zal er een man komen, die (religieuze) kennis heeft vergaard en onderwezen en die gewend was om de Qor’aan te reciteren. Hij zal voor Allah gebracht worden en Die zal Zijn gunsten aan hem bekendmaken en hij zal ze erkennen. Allah zal zeggen: “En wat heb je ermee gedaan?” Hij zal antwoorden: “Ik heb (religieuze) kennis vergaard en ik onderwees deze en ik heb voor U de Qor’aan gereciteerd.” Hij zal zeggen: “Je liegt, je hebt alleen (religieuze) kennis vergaard zodat er (van jou) gezegd zou worden: Hij is een geleerde, en je hebt de Qor’aan gelezen zodat er (van jou) gezegd zou worden: Hij is een recitant.” En zo wordt het gezegd. Dan zal er bevolen worden dat hij op zijn gezicht wordt voortgesleurd tot hij in de hel geworpen wordt. Dan komt er een man, die Allah rijk heeft gemaakt en aan wie Hij allerlei soorten weelde heeft gegeven. Hij zal voor Allah geleid worden en Hij zal hem Zijn gunsten tonen, die hij zal erkennen. Allah zal zeggen: “En wat heb jij ermee gedaan?” Hij zal zeggen: “Ik heb geen gelegenheid voorbij laten gaan om geld uit te geven omwille van Uw zaak zoals U dat wenste.” Hij zal zeggen: “Je liegt, je hebt dat alleen maar gedaan zodat mensen zouden zeggen: Hij is vrijgevig.” En zo is het gezegd. Dan zal er bevolen worden dat hij op zijn gezicht wordt voortgesleurd tot hij in de hel geworpen wordt.”

Gezegd door: Aboe Hoerayrah (radiAllahoe ‘anhu)

Collectie
40 Hadith Qudsi, nummer 6
Bron
Hadith Qudsi nummer 6, Sahieh Muslim, at-Tirmidhi & an-Nasaa’i