رَبَّنَا أَفْرِغْ عَلَيْنَا صَبْرًا وَتَوَفَّنَا مُسْلِمِينَ
Dua van de tovenaars van fir’awn (de farao)
Dit werd gezegd nadat de tovenaars gelovig werden. De fir’awn (de farao) wilde hen daarom op een martelende wijze doden.
رَبَّنَا أَفْرِغْ عَلَيْنَا صَبْرًا وَتَوَفَّنَا مُسْلِمِينَ
Dit werd gezegd nadat de tovenaars gelovig werden. De fir’awn (de farao) wilde hen daarom op een martelende wijze doden.
لَّا إِلَٰهَ إِلَّا أَنتَ سُبْحَانَكَ إِنِّي كُنتُ مِنَ الظَّالِمِينَ
“Niets heeft het recht om aanbeden te worden behalve U, geprezen bent U. Voorwaar, ik behoorde tot de onrechtplegers.”
رَبِّ السِّجْنُ أَحَبُّ إِلَيَّ مِمَّا يَدْعُونَنِي إِلَيْهِ
“Mijn Heer, de gevangenis is mij geliefder dan datgene waar zij mij naar uitnodigen.”
رَبَّنَا آتِنَا مِن لَّدُنكَ رَحْمَةً وَهَيِّئْ لَنَا مِنْ أَمْرِنَا رَشَدًا
Onze Heer, schenk ons van Uw zijde genade en vergemakkelijk onze zaak voor ons op een succesvolle manier.”
رَبِّ نَجِّنِي مِنَ الْقَوْمِ الظَّالِمِينَ
Dit werd gezegd toen de vooraanstaanden hadden samengezworen om Moesa te doden. Allah zegt hierover:
رَبِّ هَبْ لِي مِن لَّدُنكَ ذُرِّيَّةً طَيِّبَةً ۖ إِنَّكَ سَمِيعُ الدُّعَاءِ
“Mijn Heer, schenk mij van Uw zijde een goed nageslacht. Waarlijk, U bent Degene Die de smeekbede verhoort.”
رَبَّنَا وَاجْعَلْنَا مُسْلِمَيْنِ لَكَ وَمِن ذُرِّيَّتِنَا أُمَّةً مُّسْلِمَةً لَّكَ وَأَرِنَا مَنَاسِكَنَا وَتُبْ عَلَيْنَا ۖ إِنَّكَ أَنتَ التَّوَّابُ الرَّحِيمُ
Dit werd gezegd toen Ibraahiem samen met zijn zoon Ismaa’iel de Ka’bah aan het bouwen was.
أَنِّي مَسَّنِيَ الضُّرُّ وَأَنتَ أَرْحَمُ الرَّاحِمِينَ
Voorwaar, ik ben getroffen door een tegenspoed. En U bent de Meest Barmhartige onder de barmhartigen.”
أَنِّي مَغْلُوبٌ فَانتَصِرْ
Dit werd gezegd toen het volk van Noeh hem verloochende, hem uitmaakte voor een bezetene en hem beledigend behandelde.
رَبَّنَا ظَلَمْنَا أَنفُسَنَا وَإِن لَّمْ تَغْفِرْ لَنَا وَتَرْحَمْنَا لَنَكُونَنَّ مِنَ الْخَاسِرِينَ
Dit werd gezegd door Adam en Hawaa (Eva), nadat de shaytan hen had misleid en zij van de boom hadden geproefd.