لَبَّيْكَ إِلَهَ الْحَقِّ
Smeekbede tijdens de Hadj en ‘Oemrah: Labbayka ilaaha al-haqq
Aboe Hoerayrah (moge Allah tevreden met hem zijn) zei: “Tot de talbiyah van de Profeet behoorde:
لَبَّيْكَ إِلَهَ الْحَقِّ
Aboe Hoerayrah (moge Allah tevreden met hem zijn) zei: “Tot de talbiyah van de Profeet behoorde:
رَبَّنَا آتِنَا فِي الدُّنْيَا حَسَنَةً وَفِي الآخِرَةِ حَسَنَةً وَقِنَا عَذَابَ النَّارِ
‘Abdoellah ibn as-Saa-ib (moge Allah tevreden met hem zijn) zei: “Ik hoorde de Boodschapper van Allah tussen de twee hoeken* zeggen:
لاَ إِلَهَ إِلاَّ اللَّهُ وَحْدَهُ لاَ شَرِيكَ لَهُ لَهُ الْمُلْكُ وَلَهُ الْحَمْدُ وَهُوَ عَلَى كُلِّ شَىْءٍ قَدِيرٌ لاَ إِلَهَ إِلاَّ اللَّهُ وَحْدَهُ أَنْجَزَ وَعْدَهُ وَنَصَرَ عَبْدَهُ وَهَزَمَ الأَحْزَابَ وَحْدَهُ
Djaabir ibn ‘Abdillaah (moge Allah tevreden zijn met hem en zijn vader) beschreef de Hadj van de Boodschapper van Allah en zei:
لَبَّيْكَ اللَّهُمَّ لَبَّيْكَ، لَبَّيْكَ لاَ شَرِيكَ لَكَ لَبَّيْكَ، إِنَّ الْحَمْدَ وَالنِّعْمَةَ لَكَ وَالْمُلْكَ، لاَ شَرِيكَ لَكَ
‘Abdoellah ibn ‘Omar (moge Allah tevreden zijn met hem en zijn vader) zei dat de talbiyah van de Boodschapper van Allah was: