Hadith Qudsi 33
De Profeet (vrede zij met hem) zei: “Allah zei: ‘Een dienaar (van Allah) beging een zonde en zei: “O Allah, vergeef mij mijn zonde.” En Hij zei: “Mijn dienaar heeft een zonde begaan en weet dat hij een Heer heeft Die de zonde vergeeft en ze bestraft.” Toen zondigde hij opnieuw en zei: “O Heer, vergeef mij mijn zonde.” En Hij zei: “Mijn dienaar heeft een zonde begaan en weet dat hij een Heer heeft Die de zonde vergeeft en ze bestraft.” Toen zondigde hij opnieuw en zei: “O Heer, vergeef mij mijn zonde.” En Hij zei: “Mijn dienaar heeft een zonde begaan en weet dat hij een Heer heeft Die de zonde vergeeft en ze bestraft. Doe wat je wilt, want Ik heb je vergeven.”’”
Gezegd door: Aboe Hoerayrah (radiAllahoe ‘anhu)
- Collectie
- 40 Hadith Qudsi, nummer 33
- Bron
- Hadith Qudsi nummer 33, Sahieh al-Boekharie, Sahieh Muslim, an-Nasaa’i & Ibn Maadjah