Hadith Qudsi 8

Alle collecties en onderwerpen 42

De Profeet (vrede zij met hem) zei: “Wie een gebed verricht zonder daarin oemoel Qor’aan [Surat Al Fatiha] te lezen, daarvan is het gebed onvolmaakt (en hij herhaalde dit woord driemaal), onvolledig.” Iemand zei tegen Aboe Hoerayrah: “(Zelfs als) we achter een imam staan?” Hij zei: “Reciteer het voor jezelf, want ik heb de Profeet (vrede zij met hem) horen zeggen dat Allah heeft gezegd: “Ik heb het gebed tussen Mijzelf en Mijn dienaar in tweeën verdeeld, en Mijn dienaar krijgt waar hij om vraagt. Als Mijn dienaar zegt: Al-hamdoe lillahi rabbi Al3alamien, zegt Allah: Mijn dienaar heeft Mij geprezen. En als hij zegt: Ar-Ra7maani ‘r-Ra7iem, zegt Allah: Mijn dienaar heeft Mij verheven, en als hij: Maaliki yawmi ‘d-din zegt, zegt Allah: Mijn dienaar heeft Mij verheerlijkt. – en bij een gelegenheid zei Hij: Mijn dienaar heeft zich aan Mijn macht onderworpen. En als hij zegt: Iyyaka na3boedoe wa iyyaka nasta3ien, zegt Hij: Dit is tussen Mij en Mijn dienaar en Mijn dienaar krijgt wat hij vraagt. En als hij zegt: Ihdina ‘s-Siraata ‘l-moestaqiem, sirata ‘lladziena an3amta 3alaihim ghairi-l-maghdubi 3alaihim wa la ‘d-daallien, zegt Hij: Dit is voor Mijn dienaar en Mijn dienaar zal krijgen wat hij vraagt.”

Gezegd door: Aboe Hoerayrah (radiAllahoe ‘anhu)

Collectie
40 Hadith Qudsi, nummer 8
Bron
Hadith Qudsi nummer 8, Sahieh Muslim, Malik, at-Tirmidhi, Aboe Dawoed, an-Nasaa’i & Ibn Maadjah