Lofprijzing die de Profeet ﷺ een bedoeïen leerde
Sa’d ibn Abie Waqqaas (moge Allah tevreden met hem zijn) zei: “Een bedoeïen kwam naar de Boodschapper van Allah ﷺ en zei: ‘Leer mij woorden die ik kan zeggen.’ Hij zei: ‘Zeg:
لاَ إِلَهَ إِلاَّ اللَّهُ وَحْدَهُ لاَ شَرِيكَ لَهُ اللَّهُ أَكْبَرُ كَبِيرًا وَالْحَمْدُ لِلَّهِ كَثِيرًا سُبْحَانَ اللَّهِ رَبِّ الْعَالَمِينَ لاَ حَوْلَ وَلاَ قُوَّةَ إِلاَّ بِاللَّهِ الْعَزِيزِ الْحَكِيمِ
Niemand heeft het recht aanbeden te worden behalve Allah alleen, Hij heeft geen deelgenoot. Allah is de Allergrootste, en veel lof is voor Allah. Verheven is Allah, de Heer der werelden. Er is geen macht en geen kracht behalve door Allah, de Machtige, de Wijze.’
Hij zei: ‘Dit is voor mijn Heer, maar wat is er voor mij?’ Hij zei: ‘Zeg:
اللَّهُمَّ اغْفِرْ لِي وَارْحَمْنِي وَاهْدِنِي وَارْزُقْنِي
O Allah, vergeef mij, heb genade met mij, leid mij en voorzie mij.’”
Deze hadieth staat in Sahieh Muslim 2696.