Dua van Taaloet en zijn leger
Dit is een gebeurtenis die zich heeft afgespeeld onder Banie Israa-iel. Na profeet Moesa (vrede zij met hem) leefden zij een bepaalde tijd op het rechte pad. Daarna nam dat af. Er gebeurden verkeerde dingen en zij verwaarloosden hun religie. Daarna overheersten hun vijanden hen. Zij namen hun land over, doodden velen van hen en namen velen gevangen. Na een lange tijd verscheen er onder Banie Israa-iel weer een profeet. Hij riep hen op tot Allah en Zijn tawhied. Zij vroegen hem om een koning aan te stellen met wie zij hun vijanden zouden bestrijden.
“Heb jij de vooraanstaanden onder Banie Israa-iel na Moesa niet gezien, toen zij tegen een profeet van hen zeiden: Wijs voor ons een koning aan, dan zullen wij op de weg van Allah strijden. Hij zei: Is het mogelijk dat, als jullie de strijd wordt voorgeschreven, jullie niet zullen strijden? Zij zeiden: Waarom zouden wij niet op de weg van Allah strijden, terwijl wij daadwerkelijk uit onze huizen en van onze kinderen zijn verdreven? Maar toen de strijd hun werd voorgeschreven, wendden zij zich af, op slechts een klein aantal van hen na. En Allah is Alwetend over de onrechtplegers. En hun profeet zei tegen hen: Voorwaar, Allah heeft Taaloet – iemand van het leger – als koning voor jullie aangesteld. Zij zeiden: Hoe kan het zijn dat hem het koningschap over ons wordt gegeven, terwijl wij meer recht hebben op het koningschap dan hij, en hem geen overvloed aan bezittingen is gegeven? Hij zei: Voorwaar, Allah heeft hem boven jullie verkozen en Hij heeft hem een overvloed aan kennis en lichaamskracht gegeven. En Allah schenkt Zijn koningschap aan wie Hij wil. En Allah is Alomvattend, Alwetend. En hun profeet zei tegen hen: Voorwaar, een teken van zijn koningschap is dat de taaboet (kist) tot jullie zal komen, waarin zich geruststelling van jullie Heer bevindt en een restant van wat de familie van Moesa en de familie van Haaroen hebben nagelaten, die door de engelen wordt gedragen. Voorwaar, daarin bevindt zich zeker een teken voor jullie, indien jullie gelovigen zijn. Toen Taaloet vervolgens met het leger wegtrok, zei hij: Waarlijk, Allah zal jullie beproeven met een rivier. Wie hiervan drinkt, behoort niet tot mij. En wie er niet van proeft, op een slokje uit zijn hand na, waarlijk, hij behoort tot mij. Toen dronken zij ervan, op slechts een klein aantal van hen na. Toen hij en degenen die met hem geloofden (de rivier) waren overgestoken, zeiden zij: Wij hebben vandaag geen kracht om Djaaloet en zijn legers (te bevechten). Degenen die ervan overtuigd waren dat zij Allah zouden ontmoeten, zeiden: Hoe vaak heeft een kleine groep niet een grote groep overwonnen met de Wil van Allah. En Allah is met de geduldigen. En toen zij Djaaloet en zijn legers naderden, zeiden zij:
رَبَّنَا أَفْرِغْ عَلَيْنَا صَبْرًا وَثَبِّتْ أَقْدَامَنَا وَانصُرْنَا عَلَى الْقَوْمِ الْكَافِرِينَ
Onze Heer, schenk ons geduld, maak onze voeten standvastig en doe ons overwinnen over het ongelovige volk
Toen versloegen zij hen met de Wil van Allah en Daawoed doodde Djaaloet. En Allah gaf hem het koningschap en de wijsheid en Hij onderwees hem van wat Hij wilde. En als Allah een deel van de mensen niet door een ander deel zou laten tegenhouden, dan zou de aarde zeker verdorven raken. Maar Allah is de Bezitter van Gunst voor de werelden.”
Quraan 2:246-251 & Tafsier Ibn Kethier