al Imaan Artikel

Het rechte pad

· bijgewerkt · 6 min lezen

Waarom vraag je in elk gebed: ‘Leid ons op het rechte pad’? Shaykh al-Islaam Ibn Taymiyyah legt uit wat het rechte pad is (Madjmoe’ al-Fataawa 10/91).

Door: Shaykh Al-Islam Ibn Taymiyya RahimahuAllaah
Bron: Majmu Fatawa Shaykh Al Islaam Ibn Taymiyya (10/91)
Vertaald door: Umm Ismail
Ontwerp en uitvoering door: Umm Tasnim


Bismillaahi-r Rahmaani-r Raheem 
Alle lof zij Allaah, wij smeken om Zijn hulp en Zijn vergeving. Bij Allaah zoeken wij onze toevlucht tegen het kwade van onze ziel en onze slechte daden. Wie door Allaah geleid wordt, kan niet op een dwaalspoor gebracht worden en wie door Allaah op een dwaalspoor gebracht wordt, kan door niemand geleid worden. Ik getuig dat geen godheid het waard is om aanbeden te worden behalve Allaah, de Enige die geen deelgenoten heeft, en dat Mohammed Zijn dienaar en Boodschapper is.


Het rechte pad (Siraatul Moestaqiem):

Als we dat weten, begrijpen we dat elke dienaar voordeel haalt uit de lof die Allaah uitsprak over de takken van het geloof, en uit de blaam die Hij uitsprak over de takken van het ongeloof. Sommigen zeggen over deze Woorden van Allaah:
“Leid ons op het rechte pad”
[Surat Al-Fatiha: 6]

het volgende: de gelovige werd (al) op het rechte pad geleid, dus wat heeft het voor zin om Hem te vragen ons daarheen te leiden?

Anderen antwoorden hun dat de betekenis is: maak ons standvastig op het rechte pad, zoals de Arabieren tegen de slaper zeggen: “Slaap totdat ik je vergezel.”
Anderen leggen dit vers als volgt uit: “Leg onze harten op de rechtschapenheid op.” Of ook: “Laat onze rechtschapenheid toenemen.”

De eersten stellen deze vraag omdat ze niet begrijpen wat het rechte pad is, waarnaar de dienaar vraagt om geleid te worden.
De betekenis van dit pad is: op alle vlakken de bevelen van Allaah (Subhana wa Ta’ala) in de praktijk brengen en nalaten wat Hij verboden heeft.

En zelfs als de dienaar erkent dat Mohammed (SalAllaahu ‘alaihi wa sallam) de Boodschapper van Allaah is en dat de Koran in algemene zin de waarheid is, zal hij toch veel dingen niet weten van wat nuttig of schadelijk voor hem is. Ook zal hij veel details niet kennen van wat hem bevolen of verboden wordt. En van de zaken die hij wel kent, zal hij een groot deel niet in de praktijk brengen. Stel dat alle bevelen en verboden van de Koran en de Soennah hem bereikt hebben. Dan moeten we weten dat de Koran en de Soennah algemene, globale elementen bevatten. Ze vermelden niet wat specifiek is voor elke dienaar; dat is uiteraard niet mogelijk.

Daarom wordt de mens opgedragen te vragen om op het rechte pad geleid te worden. Dat omvat al deze zaken: de gedetailleerde kennis van de wetgeving van de Profeet (SalAllaahu ‘alaihi wa sallam), van wat onder zijn globale geboden valt, en de aanmoediging om deze kennis in de praktijk te brengen. Want alleen de kennis van de waarheid brengt geen rechtschapenheid als deze kennis niet in de praktijk wordt gebracht.

Daarom heeft Allaah na het verbond van Al-Hudaybiyya tegen Zijn Profeet (SalAllaahu ‘alaihi wa sallam) gezegd:
“Voorwaar, Wij hebben jou een duidelijke overwinning geschonken. Opdat Allaah jouw vroegere zonden zal vergeven en ook de latere. En Hij vervolmaakt Zijn gunst aan jou en Hij leidt jou op het rechte pad.”
[Surat Al-Fath: 1-2]

En over Musa en Harun:
“En Wij gaven hun de verduidelijkende Schrift. En Wij hebben hen op het rechte pad geleid.”
[Surat As-Saffat: 117-118]

De moslims zijn – volgens de wil van Allaah (Subhana wa Ta’ala) – verdeeld geraakt over veel zaken in verband met de informatie [die Hij ons doorgegeven heeft], zowel op het vlak van de theorie en het dogma (het geloof) als van de praktijk. Toch zijn ze het unaniem eens over het feit dat Mohammed (SalAllaahu ‘alaihi wa sallam) en de Qor’aan de waarheid zijn. Als ze in hun verdeeldheid allemaal op het rechte pad geleid waren, dan waren ze nooit verdeeld geraakt.

De meeste mensen die weten wat Allaah (Subhana wa Ta’ala) bevolen heeft, zijn Hem ongehoorzaam en volgen Zijn bevelen niet. Als ze in deze daden op het rechte pad geleid waren, dan hadden ze gedaan wat hun bevolen wordt en nagelaten wat hun verboden wordt. De mensen van deze gemeenschap die op het rechte pad geleid werden, zodat ze vrome bondgenoten van Allaah (Subhana wa Ta’ala) geworden zijn, zijn dat grotendeels geworden dankzij deze smeekbede (Leid ons op het rechte pad) in al hun gebeden. Daarin erkennen ze hun behoeftigheid en hun voortdurende nood aan Allaah (Subhana wa Ta’ala), opdat Hij hen op het rechte pad zou leiden.
Door te volharden in deze smeekbede en hun behoeftigheid (ten opzichte van Allaah) te erkennen, zijn zij vrome bondgenoten van Allaah (Subhana wa Ta’ala) geworden.

Sahl ibn ‘Abd Allaah At-Tasturi heeft gezegd: “Er is geen kortere weg tussen de dienaar en zijn Heer dan de erkenning van zijn behoeftigheid (ten opzichte van Hem).”

Leiding naar het rechte pad

Wie in het verleden geleid werd, heeft het nodig om in de toekomst geleid te worden. Dat is de ware betekenis van wat de mensen bedoelen die dit vers als volgt uitleggen: “Maak ons standvastig, leid ons en leg ons op om het rechte pad te volgen.”
Als de anderen dit vers uitleggen als: “Laat onze rechtschapenheid toenemen”, dan houdt dit het voorgaande in. Maar het betekent ook dat Allaah (Subhana wa Ta’ala) Zijn dienaar in de toekomst op dat rechte pad zal leiden.
Want het in de praktijk brengen van deze kennis is nog niet verwezenlijkt. Hij zal alleen geleid worden als hij in de toekomst de kennis die hij verworven heeft in de praktijk brengt. Bovendien is het mogelijk dat hij in de toekomst ook geen kennis verwerft. Integendeel, deze kan zelfs uit het hart verdwijnen. En zelfs als deze kennis komt, kan het zijn dat hij die niet in de praktijk brengt.

Alle mensen zijn dus verplicht om deze smeekbede te doen. Daarom heeft Allaah haar voor hen in elk gebed verplicht gemaakt. Er is geen smeekbede die ze harder nodig hebben dan deze. Als we op het rechte pad geleid worden, komen de hulp, de voorzieningen en al het geluk waar de zielen om vragen. En Allaah weet het beter.

We moeten weten dat het leven van het hart, of het leven van andere elementen, niet alleen rust op de zintuigen en de wil, of alleen op kennis en bekwaamheid. Zo denken sommigen – bijvoorbeeld Abu Al-Husayn Al-Basri – over de Kennis en de Bekwaamheid van Allaah. Zij zeggen: “Het leven van Allaah komt overeen met Zijn Kennis en Zijn Bekwaamheid.” Maar het leven is juist een intrinsieke eigenschap van Allaah en een voorwaarde die voorafgaat aan de kennis, de wil, de bekwaamheid en de bewuste daden. (Het is een voorwaarde,) maar het houdt ook deze zaken in. Elk levend wezen heeft een waarnemingsvermogen, een wil en daden die het verricht volgens zijn bekwaamheid. En (omgekeerd) leeft alles wat kennis, een wil en bewuste daden heeft.

Bekijk ook ons artikel: Het hechten aan de Soennah van de Profeet ﷺ