Hadith Qudsi 14
De Profeet (vrede zij met hem) zei: “Allah heeft een extra aantal engelen, die uitzwermen om op zoek te gaan naar bijeenkomsten waar Allahs naam wordt aangeroepen; zij zitten daar en vouwen hun vleugels om elkaar, en zij vullen dat wat tussen hen en de laagste hemel is.”
Als de mensen in de bijeenkomst vertrekken, staan ze op en rijzen ten hemel. Hij zei: “Dan vraagt Allah hen (hoewel) Hij alles over hen weet.” “Waar komen jullie vandaan?” En zij zeggen: “Wij komen van Uw dienaren op de aarde; zij verheerlijken U, zij loven U, zij getuigen dat er geen god is behalve U, zij prijzen U en zij vragen (gunsten) van U.”
Hij zegt: “En wat vragen ze van Mij?” Zij zeggen: “Zij vragen van U Uw Paradijs.” Hij zegt: “En hebben zij Mijn Paradijs gezien?” Zij zeggen: “Nee, o Heer.” Hij zegt: “En hoe zou het zijn als zij Mijn Paradijs hadden gezien!” Zij zeggen: “En zij vragen Uw bescherming.” Hij zegt: “Waartegen vragen zij Mijn bescherming?” Zij zeggen: “Tegen het hellevuur, o Heer.” Hij zegt: “En hebben zij het hellevuur gezien?” Zij zeggen: “Nee.” Hij zegt: “En hoe zou het zijn als zij Mijn hellevuur gezien hadden!” Zij (de engelen) zeggen: “En zij vragen om Uw vergeving.” Hij zei: “Dan zegt Hij: Ik heb hen vergeven en heb hen geschonken waar zij om gevraagd hebben, en Ik schenk hen een schuilplaats tegen datgene waartegen zij Mijn bescherming vroegen.” Hij zei: “Zij zeggen: O Heer, onder hen is die en die, een heel zondige dienaar, die slechts voorbijkwam en bij hen is gaan zitten.” Hij zei: “En Hij zegt: En Ik schenk (ook) aan hem Mijn vergiffenis; degene die bij zulke mensen zit, zal niet lijden.”
Gezegd door: Aboe Hoerayrah (radiAllahoe ‘anhu)
- Collectie
- 40 Hadith Qudsi, nummer 14
- Bron
- Hadith Qudsi nummer 14, Sahieh Al Boekharie, Sahieh Muslim, at-Tirmidhi & an-Nasaa’i