Hadith Qudsi 27

We vroegen (of ik vroeg) ‘Abdoellah (Ibn Mas’oed) over dit vers:

“En denk niet over degenen die ter wille van Allah zijn gedood, als doden. Nee, zij zijn levend en bij hun Heer worden hun gaven geschonken.”

[Soerat Ali Imran aya 169]

Hij zei: “Wij vroegen hiernaar bij de Profeet (vrede zij met hem) en hij zei: “Hun zielen bevinden zich in groene vogels, die lantaarns hebben hangen aan de Troon, zij vliegen vrij door het Paradijs, waar zij maar willen, en dan zoeken zij beschutting in deze lantaarns. Dan laat hun Heer Zijn blik op hen vallen en zegt: “Wensen jullie nog iets?” Zij zeggen: “Wat zouden wij nog wensen, nu wij vrij door het Paradijs kunnen vliegen?” Zo ondervroeg Hij hen driemaal. Toen zij inzagen dat zij niet van deze ondervraging gespaard zouden blijven, zeiden zij: “O Heer, wij zouden graag willen dat U onze zielen weer in onze lichamen terugbrengt, zodat we nog een keer voor U kunnen vechten.” En toen Hij zag dat zij niets meer nodig hadden, liet Hij hen met rust.”

Overgeleverd door: Masroeq (radiAllahoe ‘anhu)

Bron Hadith Qudsi nummer 27, Sahieh Muslim, at-Tirmidhi, an-Nasaa’i & Ibn Maadjah