De dood, het graf en wat erna gebeurt volgens de Koran en de soennah
Niemand ontkomt aan de dood. Maar wat gebeurt er daarna? Wie komt er in het graf naar je toe, en wat wordt er gevraagd? In dit artikel lees je kort wat de Koran en de authentieke soennah daarover zeggen. Het doel is niet om je bang te maken. Het doel is dat je weet wat er komt, zodat je je er nu al op kunt voorbereiden.
Iedereen zal de dood proeven
كُلُّ نَفْسٍ ذَائِقَةُ الْمَوْتِ ۗ وَإِنَّمَا تُوَفَّوْنَ أُجُورَكُمْ يَوْمَ الْقِيَامَةِ ۖ فَمَنْ زُحْزِحَ عَنِ النَّارِ وَأُدْخِلَ الْجَنَّةَ فَقَدْ فَازَ ۗ وَمَا الْحَيَاةُ الدُّنْيَا إِلَّا مَتَاعُ الْغُرُورِ
“Iedere ziel zal de dood proeven. En jullie krijgen je beloning pas volledig op de Dag der Opstanding. Wie dan van het Vuur weggehouden wordt en in het Paradijs wordt toegelaten, die heeft echt gewonnen. En het wereldse leven is niets anders dan een bedrieglijk genot.”
Qur’an 3:185
De dood is dus niet het einde. De volledige beloning komt pas op de Dag der Opstanding. En het echte succes is niet geld of status, maar gered worden van het Vuur en het Paradijs binnengaan.
Het moment van de dood: geen weg terug
Op het moment van de dood wordt alles opeens duidelijk. Wie zijn leven verspild heeft, wil dan nog maar één ding: terug.
حَتَّىٰ إِذَا جَاءَ أَحَدَهُمُ الْمَوْتُ قَالَ رَبِّ ارْجِعُونِ لَعَلِّي أَعْمَلُ صَالِحًا فِيمَا تَرَكْتُ ۚ كَلَّا ۚ إِنَّهَا كَلِمَةٌ هُوَ قَائِلُهَا ۖ وَمِنْ وَرَائِهِمْ بَرْزَخٌ إِلَىٰ يَوْمِ يُبْعَثُونَ
“Totdat, wanneer de dood bij een van hen komt, hij zegt: ‘Mijn Heer, stuur mij terug, zodat ik goede daden kan doen in wat ik heb achtergelaten.’ Nee! Het is slechts een woord dat hij zegt. En achter hen is een scheidingswand (barzach) tot de Dag waarop zij opgewekt worden.”
Qur’an 23:99-100
Hij vraagt niet om meer geld, maar om tijd voor goede daden. Dat verzoek wordt niet ingewilligd. Jij leeft nu nog, dus jij hebt die kans nog wel. Een hart dat nooit aan de dood denkt, raakt snel verhard; lees daarover ook het artikel over de dood van het hart.
De hadieth van al-Baraa’ ibn ‘Aazib: een les bij een open graf
Al-Baraa’ ibn ‘Aazib (moge Allah tevreden met hem zijn) vertelt dat hij met de Profeet ﷺ naar de begrafenis van een man van de Ansaar ging. Het graf was nog niet klaar. De Profeet ﷺ ging zitten en de metgezellen zaten doodstil om hem heen, “alsof er vogels op hun hoofd zaten”. Toen zei hij twee of drie keer dat zij bescherming moesten zoeken bij Allah tegen de bestraffing van het graf. Daarna vertelde hij wat er in het graf gebeurt. Al-Albaanie noemde deze overlevering sahieh; we gebruiken de tekst uit Sahieh Soenan Abie Daawoed 4753.
In het graf: de ondervraging door de twee engelen
De dode hoort nog het geluid van de sandalen van de mensen die bij zijn graf weggaan. Op dat moment komen er twee engelen naar hem toe (Sahieh al-Boekharie 1374). In de hadieth van al-Baraa’ staat wat zij vragen:
وَيَأْتِيهِ مَلَكَانِ فَيُجْلِسَانِهِ فَيَقُولاَنِ لَهُ : مَنْ رَبُّكَ فَيَقُولُ : رَبِّيَ اللَّهُ . فَيَقُولاَنِ لَهُ : مَا دِينُكَ فَيَقُولُ : دِينِي الإِسْلاَمُ . فَيَقُولاَنِ لَهُ : مَا هَذَا الرَّجُلُ الَّذِي بُعِثَ فِيكُمْ قَالَ فَيَقُولُ : هُوَ رَسُولُ اللَّهِ صلى الله عليه وسلم . فَيَقُولاَنِ : وَمَا يُدْرِيكَ فَيَقُولُ : قَرَأْتُ كِتَابَ اللَّهِ فَآمَنْتُ بِهِ وَصَدَّقْتُ
“Twee engelen komen naar hem toe en laten hem rechtop zitten. Zij zeggen tegen hem: ‘Wie is je Heer?’ Hij zegt: ‘Mijn Heer is Allah.’ Zij zeggen: ‘Wat is je godsdienst?’ Hij zegt: ‘Mijn godsdienst is de islam.’ Zij zeggen: ‘Wie is deze man die onder jullie gezonden werd?’ Hij zegt: ‘Hij is de Boodschapper van Allah ﷺ.’ Zij zeggen: ‘En hoe weet jij dat?’ Hij zegt: ‘Ik heb het Boek van Allah gelezen, ik geloofde erin en ik nam het aan als de waarheid.’”
Deze hadieth staat in Sahieh Soenan Abie Daawoed 4753.
De drie vragen zijn dus: wie is je Heer, wat is je godsdienst en wie is je Profeet? De gelovige weet het antwoord omdat zijn geloof gebouwd was op het Boek van Allah, niet op gewoonte. Lees hierover meer in het artikel over vasthouden aan de Koran en de soennah.
Allah maakt de gelovigen standvastig met het vaste woord
يُثَبِّتُ اللَّهُ الَّذِينَ آمَنُوا بِالْقَوْلِ الثَّابِتِ فِي الْحَيَاةِ الدُّنْيَا وَفِي الْآخِرَةِ ۖ وَيُضِلُّ اللَّهُ الظَّالِمِينَ ۚ وَيَفْعَلُ اللَّهُ مَا يَشَاءُ
“Allah maakt degenen die geloven standvastig met het vaste woord, in het wereldse leven en in het Hiernamaals. En Allah laat de onrechtplegers dwalen. En Allah doet wat Hij wil.”
Qur’an 14:27
In Sahieh Soenan Abie Daawoed 4753 verbindt de Profeet ﷺ dit vers met de ondervraging in het graf. Standvastigheid daar is een geschenk van Allah. Je krijgt het niet door antwoorden uit je hoofd te leren, maar door ze nu in je leven waar te maken: Allah alleen aanbidden, de islam praktiseren en de Profeet ﷺ volgen.
Zegen of bestraffing in het graf
Als de gelovige goed heeft geantwoord, klinkt er een stem uit de hemel:
أَنْ قَدْ صَدَقَ عَبْدِي فَأَفْرِشُوهُ مِنَ الْجَنَّةِ، وَافْتَحُوا لَهُ بَابًا إِلَى الْجَنَّةِ وَأَلْبِسُوهُ مِنَ الْجَنَّةِ
“‘Mijn dienaar heeft de waarheid gesproken. Spreid voor hem dus een bed uit het Paradijs uit, open voor hem een poort naar het Paradijs en kleed hem met kleding uit het Paradijs.’”
Deze hadieth staat in Sahieh Soenan Abie Daawoed 4753.
De frisse lucht en de geur van het Paradijs bereiken hem, en zijn graf wordt zo ruim als zijn ogen kunnen zien. Met de ongelovige en de huichelaar loopt het heel anders af. Anas ibn Maalik (moge Allah tevreden met hem zijn) vertelt dat de Profeet ﷺ zei:
وَأَمَّا الْمُنَافِقُ وَالْكَافِرُ فَيُقَالُ لَهُ مَا كُنْتَ تَقُولُ فِي هَذَا الرَّجُلِ فَيَقُولُ لاَ أَدْرِي، كُنْتُ أَقُولُ مَا يَقُولُ النَّاسُ
“En wat de huichelaar en de ongelovige betreft: tegen hem wordt gezegd: ‘Wat zei je altijd over deze man?’ Hij zegt: ‘Ik weet het niet. Ik zei gewoon wat de mensen zeiden.’”
Deze hadieth staat in Sahieh al-Boekharie 1374.
Hij wordt met ijzeren hamers geslagen en schreeuwt zo hard dat alles om hem heen het hoort, behalve de djinn en de mensen. Volgens Sahieh Soenan Abie Daawoed 4753 wordt zijn graf zo nauw dat zijn ribben in elkaar schuiven, en bereikt de hitte van het Vuur hem. Moge Allah ons daartegen beschermen.
Waarom sommige mensen in het graf bestraft worden
De zwaarste reden is ongeloof en huichelarij. De huichelaar volgde de massa, zonder overtuiging en zonder kennis. Maar ook moslims kunnen voor zonden bestraft worden. Ibn ‘Abbaas (moge Allah tevreden met hem zijn) vertelt dat de Profeet ﷺ twee mensen hoorde die in hun graf bestraft werden. Hij zei dat het niet om iets groots ging, en daarna:
بَلَى، كَانَ أَحَدُهُمَا لاَ يَسْتَتِرُ مِنْ بَوْلِهِ، وَكَانَ الآخَرُ يَمْشِي بِالنَّمِيمَةِ
“Jawel (het is wel groot): de een beschermde zich niet tegen zijn urine, en de ander liep rond met roddels om mensen tegen elkaar op te zetten.”
Deze hadieth staat in Sahieh al-Boekharie 216.
De Profeet ﷺ legde daarna een gespleten palmtak op hun graven. Veel geleerden, onder wie Ibn Baaz, leggen uit dat dit iets bijzonders voor de Profeet ﷺ was, omdat Allah hem had laten weten dat deze twee bestraft werden. Takken of bloemen op graven leggen is daarom geen soennah. De les voor jou:
- Let goed op je reinheid na het toiletbezoek.
- Pas op met roddels en praatjes die mensen tegen elkaar opzetten.
- Kijk niet neer op zonden die “klein” lijken.
De barzach: de tussenwereld tot de Opstanding
Het leven in het graf heet de barzach: een scheidingswand tussen het leven op aarde en de Dag der Opstanding, zoals in Qur’an 23:99-100 staat. Niemand komt daaruit terug. Elke ochtend en avond krijgt de dode zijn eindbestemming te zien. Over de mensen van Fir‘awn (Farao) zegt Allah:
النَّارُ يُعْرَضُونَ عَلَيْهَا غُدُوًّا وَعَشِيًّا ۖ وَيَوْمَ تَقُومُ السَّاعَةُ أَدْخِلُوا آلَ فِرْعَوْنَ أَشَدَّ الْعَذَابِ
“Het Vuur, waaraan zij ’s ochtends en ’s avonds worden blootgesteld. En op de Dag dat het Uur aanbreekt, wordt gezegd: ‘Laat de mensen van Fir‘awn de zwaarste bestraffing binnengaan.’”
Qur’an 40:45-46
Veel geleerden halen hieruit dat de bestraffing van het graf ook in de Koran genoemd wordt, omdat de Dag van het Uur daarna apart komt. ‘Abdoellah ibn ‘Oemar (moge Allah tevreden met hem zijn) vertelt dat de Profeet ﷺ zei:
إِنَّ أَحَدَكُمْ إِذَا مَاتَ عُرِضَ عَلَيْهِ مَقْعَدُهُ بِالْغَدَاةِ وَالْعَشِيِّ، إِنْ كَانَ مِنْ أَهْلِ الْجَنَّةِ فَمِنْ أَهْلِ الْجَنَّةِ، وَإِنْ كَانَ مِنْ أَهْلِ النَّارِ فَمِنْ أَهْلِ النَّارِ، فَيُقَالُ هَذَا مَقْعَدُكَ حَتَّى يَبْعَثَكَ اللَّهُ يَوْمَ الْقِيَامَةِ
“Wanneer een van jullie sterft, wordt hem ’s ochtends en ’s avonds zijn plaats getoond. Hoort hij bij de mensen van het Paradijs, dan is het een plaats bij de mensen van het Paradijs. Hoort hij bij de mensen van het Vuur, dan is het een plaats bij de mensen van het Vuur. Dan wordt gezegd: ‘Dit is jouw plaats, totdat Allah je opwekt op de Dag der Opstanding.’”
Deze hadieth staat in Sahieh al-Boekharie 1379.
Daarna volgt de Opstanding, en dan krijgt iedereen zijn volledige beloning. Over wat er op die Dag gebeurt, lees je onder meer in het artikel over de dood die geslacht zal worden.
Bescherming zoeken bij Allah tegen de bestraffing van het graf
De Profeet ﷺ droeg zijn metgezellen niet alleen op om bescherming te zoeken; hij deed het zelf ook. Aboe Hoerayrah (moge Allah tevreden met hem zijn) vertelt dat hij deze smeekbede deed:
اللَّهُمَّ إِنِّي أَعُوذُ بِكَ مِنْ عَذَابِ الْقَبْرِ، وَمِنْ عَذَابِ النَّارِ، وَمِنْ فِتْنَةِ الْمَحْيَا وَالْمَمَاتِ، وَمِنْ فِتْنَةِ الْمَسِيحِ الدَّجَّالِ
“O Allah, ik zoek mijn toevlucht bij U tegen de bestraffing van het graf, tegen de bestraffing van het Vuur, tegen de beproeving van het leven en van de dood, en tegen de beproeving van de Masieh ad-Daddjaal.”
Deze hadieth staat in Sahieh al-Boekharie 1377.
In Sahieh Muslim 588 staat dat de Profeet ﷺ ons opdroeg om bij deze vier dingen bescherming te zoeken nadat we klaar zijn met de laatste tashahhoed, dus vlak voor de salaam. Zo bereid je je vandaag al voor:
- Zeg deze smeekbede in elk gebed, na de laatste tashahhoed.
- Leer je Heer, je godsdienst en je Profeet ﷺ echt kennen.
- Bid op tijd en houd vast aan de zuilen van de islam.
- Let op je reinheid en op je tong.
Wil je dit onderwerp verder bestuderen, dan behandelt het boek De dood, het graf en wat erna gebeurt deze fases uitgebreider. Moge Allah ons standvastig maken met het vaste woord en ons beschermen tegen de bestraffing van het graf en van het Vuur.