Roeqyah ter genezing
‘Aaïshah (moge Allah tevreden met haar zijn) zei:
“Wanneer iemand van zijn familie ziek was, dan reciteerde de boodschapper van Allah ﷺ de hoofdstukken waarmee men toevlucht zoekt* over hem en spuugde lichtelijk over hem. Toen de boodschapper van Allah ﷺ leed aan de ziekte waaraan hij later overleed, spuugde ik lichtelijk over hem en veegde met zijn hand over hem. Zijn hand bevatte namelijk meer zegeningen dan de mijne.”
*soerah al-Ikhlaas, al-Falaq en an-Naas
Deze hadieth staat in Sahieh al-Boekharie 4439 & Muslim 2192
‘Aaïshah (moge Allah tevreden met haar zijn) zei:
“De profeet ﷺ behandelde één van zijn gezinsleden. Hij veegde met zijn rechterhand en zei:
اللَّهُمَّ رَبَّ النَّاسِ أَذْهِبِ الْبَاسَ اشْفِهِ وَأَنْتَ الشَّافِي لاَ شِفَاءَ إِلاَّ شِفَاؤُكَ شِفَاءً لاَ يُغَادِرُ سَقَمًا
O Allah, Heer van de mensen, neem het kwaad weg. Genees hem en U bent de Genezer. Er is geen genezing behalve Uw genezing. Een genezing die geen ziekte achterlaat.”
Deze hadieth staat in Sahieh al-Boekharie 5734 & Sahieh Muslim 2191
‘Aaïshah (moge Allah tevreden met haar zijn) zei:
“De boodschapper van Allah ﷺ was gewoon roeqyah te doen en te zeggen:
امْسَحِ الْبَاسَ رَبَّ النَّاسِ بِيَدِكَ الشِّفَاءُ لاَ كَاشِفَ لَهُ إِلاَّ أَنْتَ
Veeg het kwaad weg, o Heer van de mensen. In Uw Hand is de genezing. Niemand kan het verwijderen behalve U.”
Deze hadieth staat in Sahieh al-Boekharie 5744 & Sahieh Muslim 2191
Aboe Sa’ied al-Khoedrie (moge Allah tevreden met hem zijn) zei:
“Djibriel kwam naar de profeet ﷺ en zei: O Mohammed, ben je ziek? De profeet ﷺ antwoordde: Ja. Daarop zei Djibriel:
بِسْمِ اللَّهِ أَرْقِيكَ مِنْ كُلِّ شَىْءٍ يُؤْذِيكَ مِنْ شَرِّ كُلِّ نَفْسٍ أَوْ عَيْنِ حَاسِدٍ اللَّهُ يَشْفِيكَ بِسْمِ اللَّهِ أَرْقِيكَ
In de naam van Allah reciteer ik over jou, tegen alles wat jou schade berokkent, tegen het kwaad van elke ziel of jaloers oog. Moge Allah jou daarvan genezen. In de naam van Allah reciteer ik over jou.”
Deze hadieth staat in Sahieh Muslim 2186
‘Aaïshah (moge Allah tevreden met haar zijn) zei:
“Wanneer de boodschapper van Allah ﷺ klaagde, dan verrichtte Djibriel roeqyah bij hem en zei:
بِاسْمِ اللَّهِ يُبْرِيكَ وَمِنْ كُلِّ دَاءٍ يَشْفِيكَ وَمِنْ شَرِّ حَاسِدٍ إِذَا حَسَدَ وَشَرِّ كُلِّ ذِي عَيْنٍ
In de naam van Allah heelt Hij jou en van elke ziekte geneest Hij jou, van het kwaad van de afgunstige als hij afgunstig is en het kwaad van iedere bezitter van een boos oog.”
Deze hadieth staat in Sahieh Muslim 2185
Aboe Sa’ied al-Khoedrie (moge Allah tevreden met hem zijn) zei:
“Wat metgezellen van de boodschapper van Allah ﷺ waren op reis en kwamen aan bij een stam van de Arabische stammen. De metgezellen vroegen hun om hen als bezoekers te ontvangen, maar zij weigerden dit. Vervolgens vroegen de mensen van de stam hun: Is er onder jullie een behandelaar, want het stamhoofd is gestoken door een schorpioen en heeft een ongeval? Een man onder de metgezellen antwoordde: Ja. Dus brachten zij het stamhoofd en de man verrichtte roeqyah bij hem middels de opening van het boek (soerah al-Faatiha) en hij werd beter. Hem werd een kudde schapen gegeven, maar hij weigerde om het te accepteren en zei: Niet totdat ik het heb vermeld bij de profeet ﷺ. Dus zij kwamen bij de profeet ﷺ en vermeldden het aan hem. De man zei: O boodschapper van Allah, bij Allah, ik heb geen roeqyah gedaan behalve met de opening van het boek (soerah al-Faatiha). Waarop de profeet glimlachte en zei:
Wat heeft jou doen weten dat het een roeqyah is? Vervolgens zei hij: Neem het van hen aan en schenk mij met jullie een deel.”
Deze hadieth staat in Sahieh al-Boekharie 2276 & Sahieh Muslim 2201
‘Uthmaan ibn Abie al-‘Aas ath-Thaqafiey (moge Allah tevreden met hem zijn) zei:
“Dat hij klaagde bij de boodschapper van Allah ﷺ over een pijn die hij in zijn lichaam voelde sinds hij moslim is geworden. De boodschapper van Allah ﷺ zei tegen hem: Leg jouw hand op de plaats van jouw lichaam die pijn doet en zeg driemaal:
بِاسْمِ اللَّهِ
In de naam van Allah.
En zeg zeven keer:
أَعُوذُ بِاللَّهِ وَقُدْرَتِهِ مِنْ شَرِّ مَا أَجِدُ وَأُحَاذِرُ
Ik zoek mijn toevlucht bij Allah en Zijn Macht tegen het kwaad dat ik voel en waar ik voor vrees.”
Deze hadieth staat in Sahieh Muslim 2202
‘Aaïshah (moge Allah tevreden met haar zijn) zei:
“Wanneer een persoon klachten had, een zweer of een wond, deed de profeet ﷺ als volgt met zijn vinger (Soefyaan ibn ‘Uyaynah, de overleveraar, plaatste zijn wijsvinger in de aarde en hief hem vervolgens op) en zei:
بِاسْمِ اللَّهِ تُرْبَةُ أَرْضِنَا بِرِيقَةِ بَعْضِنَا يُشْفَى سَقِيمُنَا بِإِذْنِ رَبِّنَا
In de naam van Allah. Het zand van onze aarde met het speeksel van één van ons geneest onze zieke met de wil van onze Heer.”
Deze hadieth staat in Sahieh al-Boekharie 5745 & Muslim 2194