Na de gebeden over de profeet ﷺ en voor het beëindigen van het gebed

Aboe Hoerayrah (moge Allah tevreden met hem zijn) zei dat de boodschapper van Allah ﷺ gezegd heeft:
“Wanneer iemand van jullie de geloofsgetuigenis uitspreekt (in het gebed), laat hij dan zijn toevlucht zoeken bij Allah tegen vier zaken. Hij dient te zeggen:

اللَّهُمَّ إِنِّي أَعُوذُ بِكَ مِنْ عَذَابِ جَهَنَّمَ وَمِنْ عَذَابِ الْقَبْرِ وَمِنْ فِتْنَةِ الْمَحْيَا وَالْمَمَاتِ

 وَمِنْ شَرِّ فِتْنَةِ الْمَسِيحِ الدَّجَّالِ

O Allah, ik zoek mijn toevlucht bij U tegen de bestraffing van de Hel, tegen de bestraffing van het graf, tegen de beproevingen van het leven en de dood en tegen het kwade van de beproeving van al-Masieh ad-Dadjaal.”

Deze hadieth staat in Sahieh Muslim 588


‘Aaïshah (moge Allah tevreden met haar zijn) zei:

“De boodschapper van Allah ﷺ was gewoon de volgende smeekbede te zeggen tijdens het gebed:

اللَّهُمَّ إِنِّي أَعُوذُ بِكَ مِنْ عَذَابِ الْقَبْرِ وَأَعُوذُ بِكَ مِنْ فِتْنَةِ الْمَسِيحِ الدَّجَّالِ وَأَعُوذُ بِكَ مِنْ فِتْنَةِ الْمَحْيَا وَالْمَمَاتِ اللَّهُمَّ إِنِّي أَعُوذُ بِكَ مِنَ الْمَأْثَمِ وَالْمَغْرَمِ

O Allah, ik zoek mijn toevlucht bij U tegen de bestraffing van het graf. Ik zoek mijn toevlucht bij U tegen de beproeving van al-Masieh ad-Dadjaal. Ik zoek mijn toevlucht bij U tegen de beproeving van het leven en de dood. O Allah, ik zoek mijn toevlucht bij U tegen de zonde en schuld. 

Daarop zei iemand tegen hem: Wat zoek je toch veel toevlucht tegen de schuld! De boodschapper van Allah ﷺ antwoordde: Voorwaar, wanneer een persoon een schuld heeft, liegt hij wanneer hij spreekt en komt hij zijn belofte niet na wanneer hij een belofte doet.”

Deze hadieth staat in Sahieh al-Boekharie 832 & Sahieh Muslim 589


‘Abdoellah ibn Mas’oed (moge Allah tevreden met hem zijn) zei dat de profeet ﷺ gezegd heeft:

“Daarna (na het uitspreken van de geloofsgetuigenis en de gebeden over de profeet) kan hij de smeekbeden uitkiezen die hem het meest geliefd zijn en tot Allah smeken.”

Deze hadieth staat in Sahieh al-Boekharie 835 & Sahieh Muslim 402


Aboe Hoerayrah (moge Allah tevreden met hem zijn) zei: 

“De profeet ﷺ vroeg een man: Wat zeg jij in jouw gebed? De man antwoordde: Ik spreek de geloofsgetuigenis uit en zeg: 

اللَّهُمَّ إِنِّي أَسْأَلُكَ الْجَنَّةَ وَأَعُوذُ بِكَ مِنَ النَّارِ

O Allah, ik vraag U om het Paradijs en ik zoek mijn toevlucht bij U tegen de Hel.

Ik ben namelijk niet goed in het gemompel van jou en het gemompel van Moe’aadh. Daarop zei de profeet ﷺ: Wij mompelen over hetzelfde.”

Deze overleveringsketen is sahieh volgens de voorwaarden van al-Boekharie en Muslim. Asl sifat salaat an-nabiyy blz. 1014


‘Alie ibn Abie Taalib (moge Allah tevreden met hem zijn) zei:

“Daarna behoorden de volgende woorden tot het laatste wat de boodschapper van Allah ﷺ zei tussen de geloofsgetuigenis en de vredesgroet:

اللَّهُمَّ اغْفِرْ لِي مَا قَدَّمْتُ وَمَا أَخَّرْتُ وَمَا أَسْرَرْتُ وَمَا أَعْلَنْتُ وَمَا أَسْرَفْتُ وَمَا أَنْتَ أَعْلَمُ بِهِ مِنِّي أَنْتَ الْمُقَدِّمُ وَأَنْتَ الْمُؤَخِّرُ لاَ إِلَهَ إِلاَّ أَنْتَ

O Allah, vergeef mij mijn voorgaande en mijn toekomende fouten, mijn geheime en mijn openlijke fouten, mijn buitensporige fouten en mijn fouten die U beter kent dan ik. U bent Degene Die verheft en Degene Die vernedert. Niets heeft het recht om aanbeden te worden behalve U.”

Deze hadieth staat in Sahieh Muslim 771


Farwah ibn Nawfal (moge Allah hem genadig zijn) zei:

“Ik zei tegen ‘Aaïshah: Vertel mij over een smeekbede die de boodschapper van Allah ﷺ gewoon was te verrichten in zijn gebed. Zij antwoordde: Goed. De boodschapper van Allah ﷺ was gewoon te zeggen:

اللَّهُمَّ إِنِّي أَعُوذُ بِكَ مِنْ شَرِّ مَا عَمِلْتُ وَمِنْ شَرِّ مَا لَمْ أَعْمَلْ

O Allah, ik zoek mijn toevlucht bij U tegen het kwaad van wat ik heb verricht en van wat ik niet heb verricht.”

Deze overleveringsketen is sahieh volgens de voorwaarden van Muslim. Asl sifat salaat an-nabiyy


Aboe Bakr as-Siddieq (moge Allah tevreden met hem zijn) zei:

“Ik zei tegen de boodschapper van Allah ﷺ: Leer mij een smeekbede waarmee ik kan smeken in mijn gebed. De boodschapper van Allah ﷺ antwoordde:

Zeg:

اللَّهُمَّ إِنِّي ظَلَمْتُ نَفْسِي ظُلْمًا كَثِيرًا وَلاَ يَغْفِرُ الذُّنُوبَ إِلاَّ أَنْتَ

 فَاغْفِرْ لِي مَغْفِرَةً مِنْ عِنْدِكَ وَارْحَمْنِي إِنَّكَ أَنْتَ الْغَفُورُ الرَّحِيمُ

O Allah, ik heb mijzelf veel onrecht aangedaan en niemand vergeeft de zonden behalve U. Vergeef mij dus met een vergeving van Uw zijde en wees mij genadig. Voorwaar, U bent De Vergevensgezinde, De Genadevolle.”

Deze hadieth staat in Sahieh al-Boekharie 834 & Sahieh Muslim 2705


Mihdjan ibn Adra’ (moge Allah tevreden met hem zijn) zei:

“Toen de boodschapper van Allah ﷺ eens de moskee binnenging, zag hij een man die aan het eind van zijn gebed was gekomen en de geloofsgetuigenis aan het uitspreken was. Hij zei: 

اللَّهُمَّ إِنِّي أَسْأَلُكَ يَا اللَّهُ الأَحَدُ الصَّمَدُ الَّذِي لَمْ يَلِدْ وَلَمْ يُولَدْ وَلَمْ يَكُنْ لَهُ كُفُوًا أَحَدٌ 

أَنْ تَغْفِرَ لِي ذُنُوبِي إِنَّكَ أَنْتَ الْغَفُورُ الرَّحِيمُ

O Allah, ik vraag U, o Allah, De Enige, De Zelfgenoegzame (van Wie iedereen afhankelijk is), Degene Die niet verwekt en niet verwekt is en aan Wie niemand in enig opzicht gelijk is, om mijn zonden te vergeven. Voorwaar, U bent De Vergevensgezinde, De Genadevolle.

Daarop zei de boodschapper van Allah ﷺ driemaal: Voorzeker, hij is vergeven.”

Sahieh volgens de voorwaarde van Muslim. Asl sifat salaat an-nabiyy blz. 1015


Anas ibn Maalik (moge Allah tevreden met hem zijn) zei:

“Toen ik eens met de boodschapper van Allah ﷺ zat, stond er een man te bidden. Nadat hij had gebogen, geknield en de geloofsgetuigenis had uitgesproken, verrichtte hij een smeekbede. In zijn smeekbede zei hij:

اللَّهُمَّ إِنِّي أَسْأَلُكَ بِأَنَّ لَكَ الْحَمْدَ لاَ إِلَهَ إِلاَّ أَنْتَ الْمَنَّانُ بَدِيعُ السَّمَوَاتِ وَالأَرْضِ

 يَا ذَا الْجَلاَلِ وَالإِكْرَامِ يَا حَىُّ يَا قَيُّومُ إِنِّي أَسْأَلُكَ

O Allah, ik vraag U bij het feit dat alle lof aan U toekomt. Niets heeft het recht om aanbeden te worden behalve U. De Begunstiger. De Schepper van de hemelen en de aarde. O Bezitter van Majesteit en Eer. O Levende. O Instandhouder. Voorwaar, ik vraag U…

Daarop zei de profeet ﷺ tegen zijn metgezellen: Weten jullie waarmee hij heeft aangeroepen? Zij antwoordden: Allah en Zijn boodschapper weten het het beste. De profeet ﷺ zei: Bij Degene in Wiens Hand mijn ziel is! Voorwaar, hij heeft Allah aangeroepen met Zijn geweldige naam waarmee Hij verhoort wanneer Hij wordt aangeroepen en waarmee Hij geeft wanneer Hij wordt gevraagd.”

Sahieh volgens de voorwaarde van Muslim. Asl sifat salaat an-nabiyy blz. 1017