Smeekbede wanneer men van een reis terugkeert
‘Abdoellah ibn ‘Omar (moge Allah tevreden zijn met hem en zijn vader) zei:
“De boodschapper van Allah ﷺ was gewoon, als hij terugkeerde van een veldslag, hadj of ‘oemrah, om bij elke verheffing van de grond (heuvel of zandberg oplopen bijvoorbeeld) de grootheid van Allah te verklaren middels 3 tekbieraat. Daarna zei hij:
لاَ إِلَهَ إِلاَّ اللَّهُ وَحْدَهُ لاَ شَرِيكَ لَهُ، لَهُ الْمُلْكُ وَلَهُ الْحَمْدُ وَهُوَ عَلَى كُلِّ شَىْءٍ قَدِيرٌ آيِبُونَ تَائِبُونَ عَابِدُونَ سَاجِدُونَ لِرَبِّنَا حَامِدُونَ صَدَقَ اللَّهُ وَعْدَهُ وَنَصَرَ عَبْدَهُ وَهَزَمَ الأَحْزَابَ وَحْدَهُ
Niets heeft het recht om aanbeden te worden behalve Allah alleen zonder deelgenoot. Aan Hem behoort het koninkrijk, Hem komt alle lof toe en Hij is almachtig over alle zaken. Terugkerend, berouwtonend, aanbiddend, neerknielend, naar onze Heer dankbaar. Allah heeft Zijn belofte vervuld, Zijn dienaar doen overwinnen en de coalitie eigenhandig verslagen.”
Deze hadieth staat in Sahieh al-Boekharie 1797 en Sahieh Muslim 1344.
Anas ibn Maalik (moge Allah tevreden zijn met hem) zei:
“Wij keerden samen met de Profeet ﷺ terug, ik, Aboe Talha en Safiyyah, die met hem op zijn kameel zat. Toen wij Medina hadden genaderd, zei hij:
آيِبُونَ تَائِبُونَ عَابِدُونَ لِرَبِّنَا حَامِدُونَ
Terugkerend, berouwtonend, aanbiddend, naar onze Heer dankbaar.
Dit bleef hij zeggen, totdat we voet zetten in al-Medina.”
Deze hadieth staat in Sahieh al-Boekharie 3085 en Sahieh Muslim 1345.