Du’a bij het niezen
Aboe Hoerayrah (moge Allah tevreden met hem zijn) zei dat de profeet ﷺ gezegd heeft:
“Als iemand van jullie niest, laat hij dan zeggen:
اَلْحَمْدُ لِلَّهِ
Alle lof komt toe aan Allah
En laat zijn broeder tegen hem zeggen:
يَرْحَمُكَ اَللَّهُ
Moge Allah jou genadig zijn
Als hij ‘moge Allah jou genadig zijn’ aan hem heeft gezegd, laat hij dan zeggen:
يَهْدِيكُمُ اَللَّهُ وَيُصْلِحُ بَالَكُمْ
Moge Allah jou leiden en jouw situatie verbeteren.”
Deze hadieth staat in Sahieh al-Boekharie 6224.
Aboe Hoerayrah (moge Allah tevreden met hem zijn) zei dat de profeet ﷺ gezegd heeft:
“Voorwaar, Allah houdt van het niezen en heeft een afkeer van het gapen. Wanneer (iemand) niest en Allah prijst, dan is het een plicht voor elke moslim die hem hoort om te zeggen:
يَرْحَمُكَ اَللَّهُ
Moge Allah jou genadig zijn.
Wat het gapen betreft, dit is slechts van de shaytan. Wanneer iemand van jullie gaapt, laat hij dit dan onderdrukken voor zover hij hiertoe in staat is, want wanneer iemand van jullie gaapt (in een andere versie: ‘Haa’ zegt (bij het gapen)), dan lacht de shaytan hem uit.”
Deze hadieth staat in Sahieh al-Boekharie 6226.
Aboe Moesa hoorde de boodschapper van Allah ﷺ zeggen:
“Wanneer iemand van jullie niest en Allah vervolgens prijst, verricht dan een smeekbede voor hem. Als hij Allah echter niet prijst, verricht dan geen smeekbede voor hem.”
Deze hadieth staat in Sahieh Muslim 2992.
Anas ibn Maalik (moge Allah tevreden met hem zijn) zei:
“Twee mannen niesten in de aanwezigheid van de profeet ﷺ, waarop hij een smeekbede verrichtte voor één van hen en geen smeekbede verrichtte voor de ander. Daarop zei degene voor wie de profeet ﷺ geen smeekbede had verricht: Die en die nieste, waarna jij een smeekbede voor hem verrichtte. Ik nieste ook, maar jij verrichtte geen smeekbede voor mij. De profeet ﷺ zei: Voorwaar, hij prees Allah en jij prees Allah niet.”
Deze hadieth staat in Sahieh al-Boekharie 2661 & Muslim 2991.