Artikelen Artikel

Profeet noah en zijn ark

· 7 min lezen

PROFEET NOAH EN ZIJN ARK

Het verhaal van de Profeet Noah en zijn Ark

Alle lof zij Allah en vrede en zegeningen zij met Zijn Profeet, diens familie en metgezellen.

Uit het nageslacht van Aadam (vrede zij met hem) verkoos Allah, de Verhevene, boodschappers en profeten. Allah zegt hierover (interpretatie van de betekenis):

“Waarlijk, Allah verkoos Aadam en Noah en de familie van Ibraahiem en de familie van ‘Imraan boven de (andere) wereldbewoners.”

(Soerat Aali-‘Imraan: 33)

Allah zond Noah met de Boodschap naar zijn volk. Hij moest hen oproepen om Allah alleen te aanbidden en Hem nooit deelgenoten toe te kennen. Allah zegt hierover (interpretatie van de betekenis):

“Voorzeker, Wij zonden Noah tot zijn volk en hij zei: ,,O mijn volk, aanbidt Allah, er is voor jullie geen god dan Hij: waarlijk, ik vrees voor jullie de bestraffing van een geweldige Dag.”

(Soerat al-Acraaf: 59)

Deze Woorden waren aan het volk van Noah gericht, omdat zij naast Allah beelden aanbaden. Dit getuigde van hun dwaling. Ook kenmerkte dit volk zich door opstandigheid en arrogantie. Allah noemt hun woorden. Hij zegt (interpretatie van de betekenis):

“En zij zeiden: ,,Verlaat jullie goden niet en verlaat Wadd niet, noch Soewacaa en noch Yaghoeth en Yacoeq en Nasr.”

(Soerat Noah: 23)

Noah (vrede zij met hem) bleef zijn volk onafgebroken uitnodigen. Hij verbleef negenhonderdvijftig jaar onder hen. Allah zegt (interpretatie van de betekenis):

“En voorzeker, Wij hebben Noah tot zijn volk gezonden en hij verbleef duizend jaar bij hen, op vijftig jaar na. Toen overviel de zondvloed hen, terwijl zij onrechtvaardigen waren.”

(Soerat al-Ankaboet: 14)

Het volk van Noah reageerde echter op een ongepaste manier en trok geen lering uit zijn adviezen. Sterker nog, de vooraanstaanden onder hen ontkenden het profeetschap van Noah (vrede zij met hem). Ook beschuldigden zij hem van leugenarij. Zij beweerden dat zijn volgelingen alleen armen en zwakkelingen waren, die niet erg slim waren. Allah zegt hierover (interpretatie van de betekenis):

“En de vooraanstaanden van zijn volk, die ongelovig waren, zeiden: ,,Wij zien dat jij slechts een mens bent zoals wij. En wij zien dat niemand jou volgt, behalve degenen die de laagsten zijn onder ons, die simpel zijn. En wij zien dat jullie geen voordeel boven ons hebben. Wij zijn er zelfs van overtuigd dat jullie leugenaars zijn.”

(Soerat Hoed: 27)

Noah (vrede zij met hem) bleef zijn volk uitnodigen naar het Welbehagen van Allah. Hij behandelde hen goed en benutte elke gelegenheid om hen tot het monotheïsme uit te nodigen. Toch geloofde, op een klein aantal na, niemand in hem. Integendeel, zij beledigden hem, beschuldigden hem van krankzinnigheid en probeerden hem te laten stoppen met het verkondigen van de Boodschap. Zij gingen zelfs zo ver dat zij dreigden hem te stenigen als hij niet zou stoppen. Allah zegt hierover (interpretatie van de betekenis):

“Zij zeiden: ,,Als jij er niet mee ophoudt, o Noah, dan behoor jij zeker tot degenen die gestenigd worden!”

(Soerat ash-Shoecaraa’: 116)

Noah trok zich echter niets aan van hun dreigementen en ging vastberaden door met het verkondigen van zijn Boodschap. Uiteindelijk kon hij hun beledigingen en arrogantie niet langer verdragen. Hij wendde zich smekend tot zijn Heer en zei:

“Hij (Noah) zei: ,,Mijn Heer, ik heb mijn volk dag en nacht opgeroepen. Maar mijn oproep deed hun vluchten (van de Waarheid) slechts toenemen. En waarlijk, telkens wanneer ik hen opriep opdat U hen zou vergeven, stopten zij hun vingers in hun oren en bedekten zij (hun gezichten) met hun kleding en bleven zij uiterst hoogmoedig. Toen heb ik hen waarlijk met een harde stem opgeroepen. Vervolgens heb ik hen waarlijk openlijk toegesproken en hen vertrouwelijk toegesproken, heimelijk. Toen zei ik: ,,Vraagt jullie Heer om vergeving: Hij zal dan overvloedige regens uit de hemel over jullie neerzenden. En jullie bezittingen en kinderen vermeerderen en Hij zal jullie tuinen schenken en Hij zal jullie rivieren schenken.”

(Soerat Noah: 5-12)

Noah (vrede zij met hem) raakte bijna radeloos door het ongeloof van zijn volk en hun dreigementen om de gelovigen te doden. Er bleef hem niets anders over dan een smeekbede tegen hen te doen. Hij zei (interpretatie van de betekenis):

“Mijn Heer, laat op de aarde geen enkele ongelovige in leven. Voorwaar, als U hen (in leven) laat, zullen zij Uw dienaren doen dwalen en zij brengen niets voort dan losbandige ongelovigen.”

(Soerat Noah: 26-27)

Allah verhoorde het smeekgebed van Zijn Profeet Noah (vrede zij met hem) en liet zijn volk verdrinken. Hij droeg Noah op om een schip te bouwen ter redding, zodat hij en de gelovigen daarin vervoerd konden worden. Allah zegt (interpretatie van de betekenis):

“En er werd aan Noah geopenbaard: ,,Waarlijk, van jouw volk zal nooit iemand geloven, behalve degenen die reeds geloofden, treur daarom niet over wat zij plachten te doen. Bouw het schip onder Onze Toezicht en Openbaring, en spreek Mij niet aan over degenen die onrecht pleegden. Voorwaar, zij worden verdronken.”

(Soerat Hoed: 36-37)

Nadat Noah (vrede zij met hem) het schip had gebouwd, verschenen de eerste tekenen van de bestraffing. Water begon uit de grond te ontspringen en uit de lucht te vallen. Daarop gebood Allah Noah (vrede zij met hem) om van elk levend wezen één paar, een mannetje en een vrouwtje, op het schip te verzamelen, zodat zij zouden overleven. Ook droeg Allah hem op zijn familie mee te nemen, behalve de ongelovigen onder hen, zoals een van zijn vrouwen en een van zijn zonen. Daarnaast gebood Allah hem de gelovigen mee te nemen. Dat waren er maar weinig. Allah zegt hierover (interpretatie van de betekenis):

“Totdat, toen Ons bevel (om hen te vernietigen) kwam, en de oven overkookte. Wij zeiden: ,,Laad het (schip) met twee van elke soort, en jouw familie, behalve hen voor wie het woord (van bestraffing) reeds is voorafgegaan. En degene die gelooft. En niemand geloofde met hen, behalve enkelen.” En hij (Noah) zei: ,,Ga aan boord, (en zeg:) In de Naam van Allah vaart zij haar koers en gaat zij voor anker. Voorwaar, mijn Heer is zeker Vergevensgezind, Meest Barmhartig.” Hij zei: ,,Ik zal een schuilplaats zoeken in de bergen die mij tegen het water zal beschermen.” Hij (Noah) zei: ,,Op deze dag is er geen bescherming tegen het Bevel van Allah, behalve voor wie Hij begenadigt.” En de golven scheidden hen en hij behoorde tot de drenkelingen.”

(Soerat Hoed: 40-43)

Noah had veel medelijden met zijn zoon. Daarom vroeg hij zijn Heer om hem te behoeden voor de vernietiging. Hij zei (interpretatie van de betekenis):

“En Noah riep tot zijn Heer, hij zei: ,,O mijn Heer, voorwaar, mijn zoon behoort tot mijn familie, en voorwaar, Uw belofte is de Waarheid. En U bent de Rechtvaardigste der Rechters. Hij (Allah) zei: ,,O Noah, voorwaar, hij behoort niet tot jouw familie, voorwaar, het is geen rechtschapen daad, vraag Mij daarom niet iets waarover jij geen kennis hebt. Waarlijk, Ik vermaan je, opdat jij niet tot de onwetenden zult behoren.”

(Soerat Hoed: 45-46)

Toen Allah de ongelovigen had laten verdrinken, beval Hij de aarde om het water op te nemen en de hemel om de regen tegen te houden. Daarna kwam het schip tot stilstand op de berg Djoedi. De zaak was afgehandeld en de overtreders hadden hun verdiende loon gekregen. Allah zegt (interpretatie van de betekenis):

“En er werd gezegd: ,,O aarde, slik je water in,” en: ,,O hemel, droog op.” En het water trok zich terug. En het bevel was uitgevoerd. En het schip ging voor anker bij de berg Djoedi. En er werd gezegd: ,,Verdoemd is het onrechtplegende volk.”

(Soerat Hoed: 44)

Nadat het schip tot stilstand was gekomen, beval Allah Noah (vrede zij met hem) en de zijnen om het schip in vrede en met zegeningen te verlaten. Allah zegt (interpretatie van de betekenis):

“Er werd gezegd: ,,O Noah, ga van boord met veiligheid van Ons en de zegening over jou en over de gemeenschappen met jou. En Wij schenken genietingen aan gemeenschappen, vervolgens treft hen een pijnlijke bestraffing van Ons.”

(Soerat Hoed: 48)

Zo hielp Allah Noah (vrede zij met hem) en de gelovigen. Degenen die niet geloofden, richtte Hij te gronde. Dit maakte Hij tot een lering voor de mensheid. Hij zegt:

“En (gedenkt) Noah, toen hij Ons vroeger aanriep en Wij hem daarop verhoorden: Wij redden hem en zijn familie van een geweldige ramp. En Wij hielpen hem tegen het volk dat Onze Tekenen loochende. Voorwaar, zij waren een slecht volk. Toen deden Wij hen allen verdrinken.”

(Soerat al-Anbiyaa’: 76-77)

Allah vestigde het Profeetschap en het Boek onder het nageslacht van Noah en Ibraahiem (vrede zij met hen beiden), zoals Allah zegt (interpretatie van de betekenis):

“En voorzeker zonden Wij Noah en Ibraahiem en vestigden onder hun nakomelingen de Profeetschap en de Schrift. Onder hen waren er die de Leiding volgden, maar velen onder hen waren zwaar zondigen.”

(Soerat al-Hadied: 26)

Fragment genomen uit het boek ‘Oesoel ud-Dien il-Islaami’

Sheich Mohammad ibn Ibraahiem at-Toewadjri