De geloofsgetuigenis tijdens het gebed

Alle categorieën 21

‘Abdoellah ibn Mas’oed (moge Allah tevreden met hem zijn) zei:
“Wij baden eens achter de profeet صلى الله عليه وسلم en zeiden: Vrede zij met Allah. Waarop de profeet صلى الله عليه وسلم zei: Voorwaar, Allah, Hij is Al-Salaam (De Vrede – één van de namen van Allah), maar zeg echter:

التَّحِيَّاتُ لِلَّهِ وَالصَّلَوَاتُ وَالطَّيِّبَاتُ، السَّلاَمُ عَلَيْكَ أَيُّهَا النَّبِيُّ وَرَحْمَةُ اللَّهِ وَبَرَكَاتُهُ، السَّلاَمُ عَلَيْنَا وَعَلَى عِبَادِ اللَّهِ الصَّالِحِينَ، أَشْهَدُ أَنْ لاَ إِلَهَ إِلاَّ اللَّهُ وَأَشْهَدُ أَنَّ مُحَمَّدًا عَبْدُهُ وَرَسُولُهُ

Alle groetingen komen toe aan Allah en de gebeden en de goede woorden en daden. Vrede zij met jou, o profeet, en de Barmhartigheid van Allah en Zijn zegeningen. Vrede zij met ons en met de vrome dienaren van Allah. Ik getuig dat niets het recht heeft om aanbeden te worden behalve Allah. En ik getuig dat Mohammed Zijn dienaar en boodschapper is.”

Deze hadieth staat in Sahieh al-Boekharie 7381.

‘Abdoellah ibn Mas’oed (moge Allah tevreden met hem zijn) zei:

“De boodschapper van Allah صلى الله عليه وسلم leerde mij de geloofsgetuigenis (in het gebed) terwijl mijn hand zich tussen zijn handen bevond, net zoals hij mij een hoofdstuk van de Koran leerde:

التَّحِيَّاتُ لِلَّهِ وَالصَّلَوَاتُ وَالطَّيِّبَاتُ، السَّلاَمُ عَلَيْكَ أَيُّهَا النَّبِيُّ وَرَحْمَةُ اللَّهِ وَبَرَكَاتُهُ، السَّلاَمُ عَلَيْنَا وَعَلَى عِبَادِ اللَّهِ الصَّالِحِينَ، أَشْهَدُ أَنْ لاَ إِلَهَ إِلاَّ اللَّهُ وَأَشْهَدُ أَنَّ مُحَمَّدًا عَبْدُهُ وَرَسُولُهُ‏

Alle groetingen komen toe aan Allah en de gebeden en de goede woorden en daden. Vrede zij met jou, o profeet, en de Barmhartigheid van Allah en Zijn zegeningen. Vrede zij met ons en met de vrome dienaren van Allah. Ik getuig dat niets het recht heeft om aanbeden te worden behalve Allah. En ik getuig dat Mohammed Zijn dienaar en boodschapper is.

Dit was het geval toen hij zich onder ons bevond. Nadat hij was gestorven, zeiden wij:

 السَّلاَمُ‏ عَلَى النَّبِيِّ 

Vrede zij met de profeet.”

Deze hadieth staat in Sahieh al-Boekharie 6265 en Sahieh Muslim 402.

Ibn ‘Abbaas (moge Allah tevreden zijn met hem en zijn vader) zei:

“De boodschapper van Allah صلى الله عليه وسلم leerde ons de geloofsgetuigenis (in het gebed) zoals hij ons een hoofdstuk van de Koran leerde. Hij zei:

التَّحِيَّاتُ الْمُبَارَكَاتُ الصَّلَوَاتُ الطَّيِّبَاتُ لِلَّهِ السَّلاَمُ عَلَيْكَ أَيُّهَا النَّبِيُّ وَرَحْمَةُ اللَّهِ وَبَرَكَاتُهُ السَّلاَمُ عَلَيْنَا وَعَلَى عِبَادِ اللَّهِ الصَّالِحِينَ أَشْهَدُ أَنْ لاَ إِلَهَ إِلاَّ اللَّهُ وَأَشْهَدُ أَنَّ مُحَمَّدًا رَسُولُ اللَّهِ

Alle gezegende groetingen komen toe aan Allah en de gebeden en de goede woorden en daden. Vrede zij met jou, o profeet, en de Barmhartigheid van Allah en Zijn zegeningen. Vrede zij met ons en met de vrome dienaren van Allah. Ik getuig dat niets het recht heeft om aanbeden te worden behalve Allah. En ik getuig dat Mohammed de boodschapper van Allah is.”

Deze hadieth staat in Sahieh Muslim 403.

Aboe Moesa al-Ash’arie (moge Allah tevreden met hem zijn) zei dat de boodschapper van Allah صلى الله عليه وسلم gezegd heeft:
“Wanneer men gaat zitten, laat dan het eerste wat men zegt het volgende zijn:

التَّحِيَّاتُ الطَّيِّبَاتُ الصَّلَوَاتُ لِلَّهِ السَّلاَمُ عَلَيْكَ أَيُّهَا النَّبِيُّ وَرَحْمَةُ اللَّهِ وَبَرَكَاتُهُ السَّلاَمُ عَلَيْنَا وَعَلَى عِبَادِ اللَّهِ الصَّالِحِينَ أَشْهَدُ أَنْ لاَ إِلَهَ إِلاَّ اللَّهُ وَأَشْهَدُ أَنَّ مُحَمَّدًا عَبْدُهُ وَرَسُولُهُ

Alle groetingen, goede woorden en daden en gebeden komen toe aan Allah. Vrede zij met jou, o profeet, en de Barmhartigheid van Allah en Zijn zegeningen. Vrede zij met ons en met de vrome dienaren van Allah. Ik getuig dat niets het recht heeft aanbeden te worden behalve Allah. En ik getuig dat Mohammed Zijn dienaar en boodschapper is.”

Deze hadieth staat in Sahieh Muslim 404.