Du’a tijdens het buigen en het knielen in het gebed
‘Abdoellah ibn ‘Abbaas (moge Allah tevreden zijn met hem en zijn vader) zei dat de boodschapper van Allah صلى الله عليه وسلم gezegd heeft:
“Voorzeker, mij werd verboden de Koran te reciteren in de buiging of de knieling. Wat de buiging betreft, verheerlijk daarin de Heer (de Almachtige en Majesteitelijke). Wat de knieling betreft, span je daarin in voor de smeekbede. Het is namelijk zeer waarschijnlijk dat jullie smeekbede verhoord zal worden.”
Deze hadieth staat in Sahieh Muslim 479
Aboe Hoerayrah (moge Allah tevreden met hem zijn) zei dat de boodschapper van Allah صلى الله عليه وسلم gezegd heeft:
“Het moment dat de dienaar zich het dichst bij zijn Heer bevindt, is wanneer hij knielt. Verricht dus veelvuldig smeekbeden (tijdens het knielen).”
Deze hadieth staat in Sahieh Muslim 482
Hoedhayfah ibn al-Yamaan (moge Allah tevreden zijn met hem en zijn vader) zei:
“Op een nacht bad ik samen met de profeet صلى الله عليه وسلم.
(…) Daarna boog hij neer en zei:
سُبْحَانَ رَبِّيَ الْعَظِيمِ
Vrij van onvolkomenheden is mijn Heer, de Geweldige.
(…) Daarna knielde hij neer en zei:
سُبْحَانَ رَبِّيَ الأَعْلَى
Vrij van onvolkomenheden is mijn Heer, de Allerhoogste.”
Deze hadieth staat in Sahieh Muslim 772
‘Aaïshah (moge Allah tevreden met haar zijn) zei:
“De profeet صلى الله عليه وسلم zei in zijn buiging en knieling vaak het volgende:
سُبْحَانَكَ اللَّهُمَّ رَبَّنَا وَبِحَمْدِكَ، اللَّهُمَّ اغْفِرْ لِي
Vrij van onvolkomenheden bent U, o Allah, onze Heer, met de lof die U toekomt. O Allah, vergeef mij.
Hiermee volgde hij het gebod in de Koran op*.”
Deze hadieth staat in Sahieh al-Boekharie 817 & Sahieh Muslim 484
*Hiermee worden de volgende woorden van Allah bedoeld:
“Wanneer de overwinning van Allah en de verovering komt. En jij de mensen de religie van Allah in groepen ziet binnentreden. Prijs dan jouw Heer met de lof die Hem toekomt en vraag Hem om vergeving. Voorwaar, Hij is berouwaanvaardend.” (soerah an-Nasr)
‘Aaïshah (moge Allah tevreden met haar zijn) zei:
“De boodschapper van Allah صلى الله عليه وسلم was in zijn buiging en zijn knieling gewoon het volgende te zeggen:
سُبُّوحٌ قُدُّوسٌ رَبُّ الْمَلاَئِكَةِ وَالرُّوحِ
Geprezen, heilig (is Allah), Heer van de engelen en de geest (Djibriel).”
Deze hadieth staat in Sahieh Muslim 487
‘Alie ibn Abie Taalib (moge Allah tevreden met hem zijn) zei:
“Wanneer hij (Mohammed صلى الله عليه وسلم) boog, zei hij:
اللَّهُمَّ لَكَ رَكَعْتُ وَبِكَ آمَنْتُ وَلَكَ أَسْلَمْتُ خَشَعَ لَكَ سَمْعِي وَبَصَرِي وَمُخِّي وَعَظْمِي وَعَصَبِي
O Allah, voor U buig ik, in U geloof ik en aan U geef ik mij over. Mijn gehoor, mijn zicht, mijn hersens, mijn beenderen en mijn zenuwen onderwerpen zich aan U.
(…) Wanneer hij knielde, zei hij:
اللَّهُمَّ لَكَ سَجَدْتُ وَبِكَ آمَنْتُ وَلَكَ أَسْلَمْتُ سَجَدَ وَجْهِي لِلَّذِي خَلَقَهُ وَصَوَّرَهُ وَشَقَّ سَمْعَهُ وَبَصَرَهُ تَبَارَكَ اللَّهُ أَحْسَنُ الْخَالِقِينَ
O Allah, voor U kniel ik, in U geloof ik en aan U geef ik mij over. Mijn gezicht knielt zich neer voor Degene Die het heeft geschapen en gevormd en Die de oren en ogen ervan heeft geopend. Gezegend is Allah, de beste der scheppers.”
Deze hadieth staat in Sahieh Muslim 771
‘Aaïshah (moge Allah tevreden met haar zijn) zei:
“Op een nacht trof ik de profeet صلى الله عليه وسلم niet op zijn plaats aan, waardoor ik dacht dat hij naar één van zijn andere vrouwen was gegaan. Ik begon rond te tasten en keerde terug, waarna ik hem buigend of knielend aantrof terwijl hij het volgende zei:
سُبْحَانَكَ وَبِحَمْدِكَ لاَ إِلَهَ إِلاَّ أَنْتَ
Vrij van onvolkomenheden bent U, met de lof die U toekomt. Niets heeft het recht om aanbeden te worden behalve U.
Daarop zei ik:
Moge mijn vader en moeder voor jou worden opgeofferd! Voorwaar, ik verkeer in een toestand en jij in een totaal andere.”
Deze hadieth staat in Sahieh Muslim 485
Aboe Hoerayrah (moge Allah tevreden met hem zijn) zei:
“De boodschapper van Allah صلى الله عليه وسلم was gewoon om tijdens het knielen te zeggen:
اللَّهُمَّ اغْفِرْ لِي ذَنْبِي كُلَّهُ دِقَّهُ وَجِلَّهُ وَأَوَّلَهُ وَآخِرَهُ وَعَلاَنِيَتَهُ وَسِرَّهُ
O Allah, vergeef mij voor al mijn zonden, de kleine ervan en de grote, de eerste tot de laatste, de openlijke en de verborgene.”
Deze hadieth staat in Sahieh Muslim 483
‘Aaïshah (moge Allah tevreden met haar zijn) zei:
“Op een nacht trof ik de boodschapper van Allah صلى الله عليه وسلم niet aan op zijn dekens, waarop ik rondtastte om hem te zoeken. Mijn hand raakte de onderkant van zijn voeten, die rechtop stonden. De boodschapper van Allah صلى الله عليه وسلم was namelijk in zijn gebedsplaats aan het knielen, terwijl hij het volgende zei:
اللَّهُمَّ أَعُوذُ بِرِضَاكَ مِنْ سَخَطِكَ وَبِمُعَافَاتِكَ مِنْ عُقُوبَتِكَ وَأَعُوذُ بِكَ مِنْكَ لاَ أُحْصِي ثَنَاءً عَلَيْكَ أَنْتَ كَمَا أَثْنَيْتَ عَلَى نَفْسِكَ
O Allah, ik zoek mijn toevlucht bij Uw Tevredenheid tegen Uw Woede en bij Uw Vergeving tegen Uw Bestraffing. Ik zoek mijn toevlucht bij U tegen U. Ik ben niet in staat om U te prijzen zoals het U toekomt. U bent zoals U Uzelf hebt geprezen.”
Deze hadieth staat in Sahieh Muslim 486