Du’a na het opstaan uit de buiging

Alle categorieën 21

Saalim ibn ‘Abdillah (moge Allah tevreden met hen zijn) levert over van zijn vader:

“De boodschapper van Allah صلى الله عليه وسلم was gewoon zijn handen op te heffen tot op schouderhoogte wanneer hij het gebed opende. Als hij ‘Allahu akbar’ zei om over te gaan tot de buiging en als hij zijn hoofd ophief van de buiging, dan hief hij ook zijn handen en zei:

سَمِعَ اللَّهُ لِمَنْ حَمِدَهُ، رَبَّنَا وَلَكَ الْحَمْدُ

Moge Allah verhoren wie Hem looft. Onze Heer, U komt de lof toe.

En hij deed dat niet bij het knielen.”

Deze hadieth staat in Sahieh al-Boekharie 735.

Ibn Abie Awfaa (moge Allah tevreden met hem zijn) zei:
“Wanneer de boodschapper van Allah صلى الله عليه وسلم zijn rug uit de buiging ophief, zei hij:

سَمِعَ اللَّهُ لِمَنْ حَمِدَهُ اللَّهُمَّ رَبَّنَا لَكَ الْحَمْدُ مِلْءَ السَّمَوَاتِ وَمِلْءَ الأَرْضِ وَمِلْءَ مَا شِئْتَ مِنْ شَىْءٍ بَعْدُ

Moge Allah verhoren wie Hem looft. O Allah, onze Heer, U komt de lof toe, die de hemelen vult, die de aarde vult en die alles vult wat U maar wilt.”

Deze hadieth staat in Sahieh Muslim 476.

‘Alie ibn Abie Taalib (moge Allah tevreden met hem zijn) zei:
“Wanneer de boodschapper van Allah صلى الله عليه وسلم uit de buiging opstond, zei hij:

اللَّهُمَّ رَبَّنَا لَكَ الْحَمْدُ مِلْءَ السَّمَوَاتِ وَمِلْءَ الأَرْضِ وَمِلْءَ مَا بَيْنَهُمَا وَمِلْءَ مَا شِئْتَ مِنْ شَىْءٍ بَعْدُ

O Allah, onze Heer, U komt de lof toe, die de hemelen vult, die de aarde vult en die dat wat hiertussen is vult en die alles vult wat U maar wilt.”

Deze hadieth staat in Sahieh Muslim 771.

Rifaa’ah ibn Raafi’ az-Zoeraqie (moge Allah tevreden met hem zijn) zei:
“Op een dag verrichtten wij het gebed achter de profeet صلى الله عليه وسلم. Toen hij zijn hoofd uit de buiging ophief, zei hij:

سَمِعَ اللَّهُ لِمَنْ حَمِدَهُ ‏

Moge Allah verhoren wie Hem looft.
Daarop zei een man achter de profeet صلى الله عليه وسلم:

رَبَّنَا وَلَكَ الْحَمْدُ، حَمْدًا كَثِيرًا طَيِّبًا مُبَارَكًا فِيهِ

Onze Heer, U komt de lof toe, een overvloedige, goede en gezegende lof.

Toen de profeet صلى الله عليه وسلم het gebed had beëindigd, vroeg hij: ‘Wie is degene die gesproken heeft?’ De man antwoordde: ‘Ik.’ Daarop zei de profeet صلى الله عليه وسلم: ‘Ik zag meer dan dertig engelen met elkaar wedijveren wie van hen deze woorden als eerste opschrijft.’”

Deze hadieth staat in Sahieh al-Boekharie 799.

Aboe Sa’ied al-Khoedrie (moge Allah tevreden met hem zijn) zei:
“Wanneer de boodschapper van Allah صلى الله عليه وسلم zijn hoofd uit de buiging ophief, zei hij:

رَبَّنَا لَكَ الْحَمْدُ مِلْءَ السَّمَوَاتِ وَالأَرْضِ وَمِلْءَ مَا شِئْتَ مِنْ شَىْءٍ بَعْدُ أَهْلَ الثَّنَاءِ وَالْمَجْدِ أَحَقُّ مَا قَالَ الْعَبْدُ وَكُلُّنَا لَكَ عَبْدٌ اللَّهُمَّ لاَ مَانِعَ لِمَا أَعْطَيْتَ وَلاَ مُعْطِيَ لِمَا مَنَعْتَ وَلاَ يَنْفَعُ ذَا الْجَدِّ مِنْكَ الْجَدُّ

Onze Heer, U komt de lof toe, die de hemelen en de aarde vult en die alles vult wat U maar wilt. O Bezitter van lofprijzing en glorie. Het meest waarachtige wat de dienaar zegt en wij zijn allen Uw dienaren: O Allah, er is geen tegenhouder van wat U geeft. En er is geen gever van wat U tegenhoudt. De bezitter van macht zal geen profijt daarvan hebben. Macht komt van U.”

Deze hadieth staat in Sahieh Muslim 477.

Ibn ‘Abbaas (moge Allah tevreden zijn met hem en zijn vader) zei:
“De profeet صلى الله عليه وسلم was gewoon, wanneer hij zijn hoofd ophief van de buiging, te zeggen:

اللَّهُمَّ رَبَّنَا لَكَ الْحَمْدُ مِلْءَ السَّمَوَاتِ وَمِلْءَ الأَرْضِ وَمَا بَيْنَهُمَا وَمِلْءَ مَا شِئْتَ مِنْ شَىْءٍ بَعْدُ أَهْلَ الثَّنَاءِ وَالْمَجْدِ لاَ مَانِعَ لِمَا أَعْطَيْتَ وَلاَ مُعْطِيَ لِمَا مَنَعْتَ وَلاَ يَنْفَعُ ذَا الْجَدِّ مِنْكَ الْجَدُّ

O Allah, onze Heer, U komt de lof toe, die de hemelen vult, die de aarde vult en wat hiertussen is en die alles vult wat U maar wilt. O Bezitter van lofprijzing en glorie. Er is geen tegenhouder van wat U geeft. En er is geen gever van wat U tegenhoudt. De bezitter van macht zal geen profijt daarvan hebben. Macht komt van U.”

Deze hadieth staat in Sahieh Muslim 478.

Aboe Hoerayrah (moge Allah tevreden met hem zijn) zei:

“Wanneer de profeet صلى الله عليه وسلم zei:

سَمِعَ اللَّهُ لِمَنْ حَمِدَهُ

Moge Allah verhoren wie Hem looft.

Dan zei hij:

اللَّهُمَّ رَبَّنَا وَلَكَ الْحَمْدُ

O Allah, onze Heer, U komt alle lof toe.”

Deze hadieth staat in Sahieh al-Boekharie 795.

Hoedhayfah (moge Allah tevreden met hem en zijn vader zijn) zei:
“Ik bad eens samen met de boodschapper van Allah صلى الله عليه وسلم in de nacht. (…) Daarna stond hij op uit de buiging. Zijn staan duurde ongeveer net zo lang als zijn buiging. Tijdens dit staan zei hij:

لِرَبِّىَ الْحَمْدُ لِرَبِّىَ الْحَمْدُ

Mijn Heer komt alle lof toe. Mijn Heer komt alle lof toe.”

Zijn overleveringsketen is sahieh volgens de voorwaarden van al-Boekharie. Asl sifat salaat an-nabiyy, blz. 268-269.